I come from a land down under

dec 19 2010

I come from a land down under

Gegroet tegenvoeters! That’s right, ik zit bijna aan de andere kant van de wereldbol, maar zo ongewoon is dat tegenwoordig niet meer. Voor mijn eerste verslag op mijn gloednieuwe blog duik ik even 2 weken terug de tijd in.

Twee weken geleden was het eindelijk zover. Na een verkwikkende, maar vermoeiende 3 weken in Vietnam en Singapore stapten we op het vliegtuig richting Australië. De luchthaven van Singapore is wel heel fancy met al haar snufjes – grootse kerstdecors en mini-jungles met echte bomen en orchideeën, gratis internet en laders voor allerlei GSM’s computers en andere elektronica, gratis voetmassage, enz. – maar het is er verschrrrrikkelijk koud. Toegegeven, het is een kenmerk van zowat alle tropische landen die hun airco-arsenaal willen showen, maar zo erg als die boarding-area had ik nog niet vaak gezien – of gevoeld eerder. Met bibberende tanden en kippenvel bedekte ik mijn halfnaakte benen met het enige stuk stof dat ik bijhad in mijn handbagage: een natte handdoek… En jammer genoeg was de trend gezet voor de hele vlucht. Acht uur lang heb ik aan mijn dekentje vastgekluisterd gezeten. Gelukkig werd veel goedgemaakt door het lekkere eten en de kolossale filmbibliotheek op mijn privé-schermpje.

Acht uur en drie films later smakten we met een harde knal op de landingsbaan van Sydney neer. Vervolgens begon het vliegtuig een beetje van links naar rechts te zwalpen. Sommige mensen begonnen Hollywoodgewijs al een beetje te gillen, ongetwijfeld opgejut door de nieuwsberichten van vliegtuigen van hetzelfde type, dezelfde maatschappij en op dezelfde route, die een maand eerder een noodlanding hadden moeten maken. Maar het kwam allemaal goed. Vier minuten later stonden dezelfde mensen zich alweer vrolijk tussen hun buurman en de bagagecompartimenten te wurmen zodat ze als eerste een kwartier konden gaan wachten bij de bagagecarrousel. Stempel op het paspoort, bagage door de douane (nadat ik snel even al onze organische bagage naar binnen had gewerkt) en voilà, Welcome to Australia! Dat douaneprogramma dat in België op tv komt is maar voor de show. Australië binnenkomen is gemakkelijk!

Koud! Winderig! Regen! Duur! Ik waande me even weer in Ijsland, maar neen, we waren wel degelijk in Sydney aangekomen. De regio ging blijkbaar door een late voorjaarse slecht-weer-periode en die heeft onze eerste 3-4 dagen gekleurd (of eerder ontkleurd). Gelukkig is het weer er ondertussen op verbeterd, maar de prijzen lijken helaas permanent te zijn. Huizen in Sydney zijn duurder dan in New York en Londen, uit eten begint hier bij 10 dollar (7,5 euro dankzij de pijnlijke wisselkoers) voor een kleine maaltijd en zelfs supermarkten bieden maar een magere troost. In de goedkoopste supermarkt betaal je nog steeds 2 dollar voor een dozijn eieren, 3,25 dollar voor een flesje cola en 3 dollar voor een slap en smaakloos brood. Het busje naar de luchthaven kost 14 dollar. (vergelijk met Vietnam: 2 dollar, Singapore: 2,5 dollar) Een pintje op café 6 dollar. Ondertussen heb ik wel een paar interessante suburb-deals gevonden, maar daarover later meer.

Onze jeugdherberg was, om het eufemistisch uit te drukken, levendig. Meer dan een herberg is het eerder een beddenfabriek, met een stuk of 8-9 verdiepingen met elk zo’n 10 kamers ofzo en dus meer dan 500 bedden. De Side bar is de eigen ondergrondse bar van de jeugdherberg en trekt niet alleen mensen aan die er overnachten, maar ook massa’s andere reizigers die staan aan te schuiven om binnen te mogen (en verbazend veel meisjes hebben blijkbaar gedacht aan korte kleedjes en hakken in hun reisgarderobe…). Maar het moet gezegd, het reilen en zeilen van de Wake-up jeugdherberg is fantastisch goed georganiseerd en het is er best gezellig, en gemakkelijk om mensen te leren kennen. Achter een balie beneden zit tijdens de kantooruren ook nog een uiterst behulpzame vrouw die full-time beschikbaar is voor allerlei vragen voor reizigers, gaande van ‘waar kan ik de bus nemen naar Bondi?’ tot ‘waar kan ik goedkoop wc-papier vinden?’. Op alles heeft ze een antwoord en je krijgt het met een smile. Vandaar haar vanzelfsprekende bijnaam: de encyclopedie.

De eerste paar dagen in Sydney pendelden we dus van de Wake-up naar het internetcafé en de mutualiteit en de bank en huizen in de buitenwijken. We waren meteen aan al de administratie en de huizenjacht begonnen zodat we zeker niet rond kerst en nieuwjaar een hotel zouden moeten zoeken (niet alleen is alles al compleet volgeboekt voor die periode, ze vragen ook onmenselijke bedragen voor die nachten). Na een aantal frustraties van het type bijna-iets-gevonden-maar-voor-de-neus-weg had ik iets tijdelijks gevonden. Een kamer die ik moest delen met 2 andere jongens op een appartement waar 9 mensen in het totaal woonden. Het was er duf en heet en niet al te proper, maar het was goedkoper dan de jeugdherberg en vrij centraal, dus vond ik het wel een goede tussenoplossing. Na twee nachten had ik al een beetje spijt van mijn beslissing, want de douche was kapot en het toilet werkte niet fatsoenlijk en mijn huisgenoten waren niet allemaal even vriendelijk, maar dat spoorde me aan om verder te blijven zoeken. Ondertussen waren we al 4 dagen nachten in Sydney en we waren nog niet bij de overbekende Harbour Bridge en de Opera House geraakt, ook al was dat maar een half uurtje te voet, 10 minuten met de bus. Zo bezeten waren we door onze huizenjacht! Maar het was Marie haar verjaardag en ik had stiekem kaartjes gekocht voor een theatervoorstelling in de Sydney Opera House. Voor de eerste keer staarden we naar het overgefotografeerde zicht, en het was best wel indrukwekkend. Sydney kreeg ineens een heel andere invulling. En misschien had het uitstel wel zijn werk gedaan. Onder het motto ‘honger is de beste saus’ was dit de beloning voor het harde werk van de voorbije dagen. Het toneelstuk bleek nog goed te zijn ook, en dat was een meevaller, want het was het enige dat nog beschikbaar was op 3 december. Na afloop trakteerde Marie nog op een stuk chocoladetaart bij het water, met uitzicht op de brug, de opera en de skyline van Sydney, en de avond was compleet.

Omdat de huizenzoektocht een beetje tegenviel (ik had een heel leuk huisje gevonden, maar een paar dagen later bleek dat ze de kamer toch niet meer gingen verhuren), begon ik me maar wat meer te concentreren op werk. Ik stelde een CV op naar Australische normen (geen opsomming van de belangrijkste werkervaringen, maar een profieltekst waarin je je sterke punten opsomt en een paar uitgewerkte werkervaringen waarin je gedetailleerd beschrijft wat je hebt gedaan, en een foto erbij!) en begon sollicitaties te versturen. Ik had me ook ingeschreven om een RSA-cursus te gaan doen: Responsible Service of Alcohol, als in een cursus over hoe je verantwoordelijk moet omgaan met zatte mensen als je achter de toog staat. Bijna een hele dag krijg je les over de effecten van alcohol enzoverder, niets dat je nog niet weet, om te weten te komen dat je geen alcohol mag schenken aan iemand die al dronken is… En daar mag je 50 dollar voor neertellen (dat is dan nog de goedkoopste die we gevonden hebben, vaak vragen ze 80 euro). Maar het addertje is dat geen enkel café of restaurant je aanneemt (of mag aannemen) als je geen RSA-certificaat hebt. Of hoe de Australische regering geld verdient…

Om een lang verhaal kort te maken: jobs vinden is ook niet gemakkelijk. Ik zoek momenteel nog altijd bureaujobs, in de hoop dat ik iets vind voor een paar maanden, zodat ik kan sparen, maar het is niet gemakkelijk. Ten eerste is het vakantieperiode (tot eind januari) en ten tweede nemen ze niet veel mensen aan met een Working Holiday visum. Maar ik blijf proberen! Vrijdag heb ik toch al een dagje mogen werken op een kantoor. We zien wel. Desnoods duik ik ook de horeca in.

Mijn huizenzoektocht heeft ondertussen wél iets opgeleverd. Sinds een week woon ik in een leuk huisje in de buitenwijk Forest Lodge, bij Glebe. Het is een rustige wijk, met veel groen en veel studenten (ik zit dicht bij de universiteit) en een toffe lange straat met boekenwinkels, tweedehandswinkeltjes en restaurantjes en cafeetjes. Mijn huis staat net naast een hippodroom, waar vrijdag voor de laatste keer paardenrennen zijn gehouden. Ik had als buur gratis kaartjes gekregen en ben dan maar even gaan kijken. Een vreemde wereld toch wel. Iedereen geld inzetten op die beesten en dan staan roepen aan de zijkant. Het is een keer iets anders… Mijn huisgenoten zijn twee werkende Australische meisjes en een Canadese jongen die hier ook op working holiday is. Ik heb mijn eigen kamertje, ook al is het klein, en de rest van het huis is een beetje alternatief ingericht, maar wel gezellig, met een achtertuintje inclusief een mini-moestuin. Ik woon dus wel een beetje verder van het centrum, maar ik vind het niet zo erg. Het valt trouwens best wel mee: 30 minuten te voet of 15 min. met de bus.

Behalve de stad heb ik dus nog niet zo superveel gezien hier. Toen Marie en ik bij Bondi beach waren – zowat het bekendste strand van Australië – hebben we wel de kustwandeling gedaan naar Coogee, langs kliffen waar de wilde golven hard tegenaan smakken en gezellige kleine dorpjes. Vorige week hebben we ook een wandeling van 10 kilometer gedaan bij Manly, aan de andere kant van de baai, en die was wel heel mooi. Daar loop je door een stuk Nationaal Park en kom je allerlei dieren tegen: reuzehagedissen, kaketoes en felgekleurde vogels. Er waren ook aboriginaltekeningen te zien in de rotsen.

En ja, ondertussen probeer ik hier te wennen aan het tang-op-een-varken gevoel van het zomerweer en de kerstsfeer. Ik had het niet verwacht, maar Kerstmis is hier echt wel een big deal. Overal waar je komt, staat er kerstmuziek op, de stadsbussen rijden helemaal versierd rond, met slingers en bomen op de bus en verklede chauffeurs, overal kan je kerstartikelen kopen en in Darling Harbour staat de zelfverklaarde “brightest Christmas tree in the Southern Hemisphere”, met kangoeroes erin. Maar het is wel tegen de 30 graden buiten! Mensen lopen in shorts en T-shirt hun ijsje te eten naast de kerstboom en de verklede kerstmannen hebben het zichtbaar nogal warm in hun kostuum… Het went niet echt, en ik kan al helemaal niet geloven dat het binnen een paar dagen al zo ver is! Ach ja, met de nodige versiering en kerstdiners komt het gevoel misschien alsnog. Oudjaar gaan we vieren bij de Harbour. Het knallende vuurwerk met het magnifieke uitzicht mogen we absoluut niet missen, maar zo denken waarschijnlijk ook nog een paar miljoen mensen. Het plan is om in de vroege namiddag al met een hele picknickuitrusting naar daar te trekken en een plekje te verzekeren, maar naar het schijnt wordt er zelfs al gekampeerd vanaf 30 december… het verslag krijgen jullie uiteraard in de volgende blogupdate te lezen, dus blijf vooral volgen!

Oh ja! Mijn adres:
87 Ross Street
2037 Forest Lodge
NSW
Australia

…en telefoonnummer: +61449852147

Zo, bedankt voor het lezen en prettige feesten enzo… Geniet ervan, en tot volgend jaar!

0 Comments
Share Post
No Comments

Post a Comment