Oh! Kangoeroe…

feb 07 2011

Oh! Kangoeroe…

Jawel, ik heb mijn eerste kangoeroe gezien! En een tweede, en een derde. Jammer genoeg zaten ze achter een omheining, in het Blackbutt Reserve (wie vindt die namen toch uit…), en ze waren behoorlijk tam, als in lui. Maar ik kan ze geen ongelijk geven. Het was om en bij de 40 graden – dat wordt hier zo stilaan de gewoonte – en ze hadden überhaupt niet zoveel plaats om rond te huppen. Hun buren waren niet veel actiever. De wombats lagen in een lange pluizige worst te slapen in hun ondergrondse nest (het deed een beetje denken aan die dingen die sommige mensen onder aan hun deur leggen om de tocht tegen te houden) en de koala’s hingen half dood in hun eucalyptusbomen. Ze zijn blijkbaar maar een paar uur per dag wakker, en dan eten ze eucalyptusbladeren, waar ze slaperig van worden. Slimme beesten… Maar pluizig en schattig zijn ze wel!

Het hele park was een beetje een teleurstelling. We hadden 3 uur lang op de trein gezeten en een bus genomen, dan een half uur door het reservaat gelopen, onze ogen gericht op de eucalyptusbomen en de struiken, in de hoop dat we oog in oog zouden komen met een niet-boksende kangoeroe, een knuffelgekke koala of een verloren gelopen aboriginal, maar we vonden alleen picknickbanken en pijltjes naar een speeltuin met een grote parking en een kleine zoo. Daarvoor hadden we dan de zengende hitte getrotseerd en onze spieren gepijnigd. Maar ik troost mij met de gedachten dat ik nog een paar maanden heb om een aboriginal te vinden die mij wil leren hoe ik met een boemerang een kangoeroe kan fiksen voor op mijn geïmproviseerde barbecue.

Vol goede moed zijn we dan maar naar de naburige stad Newcastle gegaan (een van de vele topografische cadeautjes van de Britten). Onze spieren waren pijnlijk stijf van onze eerste echte bushwalk de dag voordien. (Bushwalking is hier een dure term voor “wandelen in de natuur”) De hele namiddag strompelden we als 2 oudjes door de stad. We namen de lift naar de eerste verdieping van het kunstmuseum en overal probeerden we inventieve manieren te vinden om trappen te vermijden of met gestrekte benen naar boven of beneden te gaan (moet je eens proberen!), tot groot jolijt van de omstaanders.

En ook de volgende dagen was het nog afzien, maar het was het meer dan waard. Onze fameuze bushwalk ging dwars door de Blue Mountains vallei, omringd door een prachtige verzameling rotsen en canyons met pittoreske watervallen en prehistorische flora. Ze worden blauw genoemd omwille van de blauwe schijn die de eucalyptusbomen afgeven. De wandeling in de bossen is best te doen, maar de afdaling in de vallei en de klim naar boven, daar waren mijn ongetrainde beentjes niet echt klaar voor… Naar het schijnt krioelt het van de slangen en gevaarlijke spinnen in de Blue Mountains, maar wij zijn gelukkig enkel vlindertjes en hagedisjes tegengekomen, en een hypertamme koeskoes. Hij leek een beetje op een kruising van een rat en een eekhoorn en hij zat rustig scheutjes te eten in een boom. Zelfs toen ik mijn fototoestel pal voor zijn neus hield, leek hij ongestoord verder te knabbelen, dus ik begon hem rustig te strelen over zijn rug. En dat vond hij wel ok. Een rasecht Australisch beest, met een “no worries, mate” attitude.

Misschien begin ik die houding ook wel een beetje aan te nemen. Ongeveer een week geleden kreeg ik te horen dat ik ontslagen werd als postsorteerder/scanner en ik voelde me er best goed bij. Een echt ontslag was het ook niet, eerder een “natuurlijke afvloeiing” of hoe heet dat. Ze hadden me niet meer zo hard nodig en ze hebben het financieel niet zo breed, dus een backpacker staat dan gauw weer op straat. Maar geen nood, ik ben alweer aan het werk! Ik werk nu een paar weken op de IT-afdeling bij Maersk. Computers installeren enzo. En tussendoor schrijf ik nog even studenten in bij de universiteit (het Australische schooljaar begint in januari-februari).

Een beetje minder Australisch voelde ik mij op Australia Day vorige week. Het leeft hier echt wel. Mensen lopen rond met vlaggen rond hun schouders of getatoeëerd op hun wangen en overal in de stad is er wel iets te doen. Maar het hoogtepunt was een evenement op een drijvend podium in Darling Harbour. Concerten, toespraken van hoogstaanden, interviews met Australische helden, noem het maar op. En tegelijkertijd voeren tientallen schepen en bootjes van alle vormen en kleuren voorbij, in een drijvende stoet. De politie, de redders, de kustwacht, enzoverder. Allemaal werden ze toegejuicht vanop de oevers. De climax kwam toen 5 ‘nieuwe’ Australiërs werden voorgesteld. Immigranten uit Europa en Azië die hier ondertussen een paar jaar woonden en net op Australia Day Australische burgers werden. Ze legden in hun interview uit waarom ze Australië het beste land ter wereld vonden (en dat lijkt iedereen hier te vinden) en wuifden vervolgens naar het publiek vanop hun persoonlijke boot. Massaal applaus. Gefeliciteerd met jullie euhm… immigratie?

Een Belg die zich wel wat meer Australiër mag noemen, is natuurlijk Kim Clijsters. Haar affaire met Lleyton Hewitt is al een hele tijd geleden, maar ze wordt hier nog steeds Aussie Kim genoemd en er wordt voor haar gesupporterd alsof ze hier geboren en getogen was. Marie en ik liepen heel toevallig een Hungry Jack’s binnen (zo heet de Burger King hier, omdat er al een Burger King bestond voor de fastfoodketen naar hier is gekomen) een paar minuten voor het einde van de vrouwenfinale. Zo zagen we – niet zonder trots – onze Kim haar eerste Australian Open winnen. Zelfs de plaatselijke zwervers kwamen meekijken. Het zou geweldig mooi geweest zijn om dat live mee te maken, maar Melbourne is een paar uurtjes vliegen en tickets waren waarschijnlijk niet goedkoop.

Het weer maakt hier ondertussen ongelofelijke bokkensprongen. België is er niets tegen. Twee nachten geleden dreef ik nog mijn bed uit met nachtelijke temperaturen tegen de 40 graden aan. En een halve dag later stond ik te bevriezen bij de Chinese Nieuwjaarsstoet in het centrum. Een graad of 16, koude wind en regen. (met een zomerse 40 graden-outfit is dat behoorlijk fris) Knoop daar maar eens een touw aan vast. En de orkaan Yasi heeft zorgvuldig alles vernietigd wat in Queensland nog rechtstond na de overstromingen. Vele mensen zijn hun hele hebben en houden kwijt. Huizen en plantages zijn vernietigd, scholen zijn gesloten en mensen zitten zonder werk. De toeristen blijven nu ook weg, en dat terwijl Queensland grotendeels leeft van toerisme (Great Barrier Reef en allerlei surfbestemmingen). Gelukkig zijn de Australiërs vrijgevige mensen en hebben ze ondertussen al meer dan 16 miljoen dollar ingezameld.

Sydney is gelukkig gespaard gebleven van al dat natuurgeweld, al worden hier bijna dagelijks mensen uit het water gevist aan de populaire stranden.

Geen nood, ik heb nog geen teen in de Stille Zuidzee gestoken, en voor ik dat doe, ga ik eerst eens uitgebreid onderzoeken hoe gevaarlijk mijn stukje zee is. Om niet te verdrinken, uiteraard, maar vooral ook om geen gigakwallen, haaien of andere onaangename beestjes aan mijn been te hebben (in dit geval nogal letterlijk)…

0 Comments
Share Post
No Comments

Post a Comment