I got my first real six-string…

mrt 04 2011

I got my first real six-string…

…maar ik heb hem niet bij de ‘five and dime’ gekocht. En strikt gezien is het niet mijn eerste gitaar, maar wel mijn eerste Australische! Soit, er is weer muziek in mijn leven! Na ettelijke weken muzikale droogte doet dat toch heel veel deugd. Eind januari was ik uit pure frustratie op zoek gegaan naar een koor en bij Sydney Harmony aanbeland, een 40-koppig mannenkoor dat zich toespitst op Barbershopmuziek. (close harmony en dat soort dingen) Op een zonnige maandagavond zoefde mijn bus over de Harbour Bridge richting Cammeray, waar de repetitie plaatsvond, en ik voelde me goed. De vertrouwde maar nog steeds indrukwekkende skyline op de achtergrond, de zon aan de hemel en het spannende vooruitzicht van de repetitie gaven me een energieboost. Een ontspannen avondje muziek, dacht ik. Maar dat was zonder Sydney Harmony gerekend…

De repetitieruimte was blijkbaar een zaal die ze huurden in een Rotary Club-gebouw. Nadat ik mijn naam en adres had achtergelaten, kreeg ik een bezoekerspasje van de Rotary Club en mocht ik naar boven. In de zaal waren een tiental mannen in een felblauw hemd het podium aan het klaarzetten. (elke week wordt een ingewikkeld podium in verschillende lagen opgebouwd en weer afgebroken) Ik liep op een groepje mannen af en vroeg hen of ik mocht komen luisteren vanavond, maar na een paar vragen (“welke stem zing je?” “heb je ervaring met barbershop?”…) werd ik prompt mee het podium opgesleurd en voor ik het besefte, stond ik met mijn sandalen, short en T-shirt in een blauwe zee van nette kooruniformen.

De koordirigente (de enige vrouw in de zaal) was – net als de zangers – iemand die haar functie duidelijk ernstig nam. Het eerste uur van de 3 uur (!) durende repetitie werd er geen noot gezongen. Neen, voor er gezongen werd, moest onze houding, ademhaling, uitspraak en intonatie vlekkeloos zijn. Dan volgde een half uur demonstraties met Chinese vrijwilligers en zangoefeningen voorbereid door de 4 sectieleiders (zwart hemdje, niet blauw!) van de bassen, baritons, tenoren en leads. En toen we eindelijk aan een liedje begonnen, bleek iedereen het liedje perfect te kennen! Dus wederom oefenen op intonatie, ademhaling en uitspraak. Dezelfde stukjes tientallen keren na elkaar. Met als gevolg dat we op het einde van de repetitie misschien drie liedjes hadden gezongen. Om het timbre, de intonatie enzoverder thuis ijverig verder te kunnen verbeteren had iedereen een stemrecordertje bij (echt waar!). Aan het einde kwamen de vier secties nog even bijeen om de aandachtspuntjes van de repetitie te overlopen (‘En wat gèbben we heleerd vandaah?’) en te bespreken wat ze tegen de volgende week gingen doen. Tussendoor had ik aan mijn buurman gevraagd of het koor veel optrad, want ze waren wel goed, en hij zei “Oh no! We usually don’t perform, we’re a competition choir.”. Net datgene waar ik niet naar op zoek was dus.

Het hoogtepunt van de avond kwam echter na de repetitie, toen een paar echte fanatiekelingen (de dirigente en de sectieleiders) bleven hangen en practhige tags begonnen te zingen. Tags zijn eigenlijk de laatste regels van barbershopliedjes, vaak de mooiste stukken en met extreem ingewikkelde, maar hoogst interessante harmonieën. Ze vroegen of ik meedeed, en al de frustratie en vermoeidheid van de repetitie waren zo vergeten. Met bewondering keek en luisterde ik naar de passie en het talent van de sectieleiders en de dirigente. En zo was mijn muzikale batterij toch weer een beetje gevuld.

Nog een muzikale batterijvuller was Sting. Op een vrijdagavond liep ik met Marie door de volkswijk The Rocks in een poging om de drukke werkweek te vergeten. We zaten okonomiyaki (mijn favoriet Japans gerecht) te eten op een bankje bij de haven, met uitzicht over de Opera House, toen ik uit de verte de welbekende stem van Sting hoorde galmen. En toen zag ik het openluchtpodium bij de opera. Bingo! Het concert was uiteraard betalend, dus we slopen de kruidentuin in, die tot vlak aan de opera komt. Daar aangekomen, merkten we dat we niet de enigen waren die zin hadden in een gratis Sting-concert. Tientallen mensen hadden zich aan de rand van het park in het gras genesteld, weliswaar zonder frontaal zicht op het podium, maar perfect binnen het bereik van de betoverende geluidsgolven. Ter compensatie hadden we een ideaal uitzicht over de backstage, en Sting zal het geweten hebben. Toen hij het podium afliep en zijn doordrenkt hemd uittrok, begonnen al onze vrouwelijke buren te gillen en te klappen en een toerist riep uit volle borst “STING, YOU ARE A LEGEEEEEEEEEEEND!!!!” Hij lachte en wuifde terug naar ons en de andere concert crashers.

Volgende nieuwspunt: mijn tand! Jawel, ik ben vorige week de ultieme confrontatie aangegaan met mijn zwakke kies. Ik had een afspraak gemaakt bij een tandarts (iets minder duur dan de vorige, fieuw), vastberaden om mijn tand te laten trekken en eindelijk verlost te zijn van alle ellende. Maar de tandarts overtuigde me om een gewone wortelkanaalbehandeling te doen zodat ik in België een kroon kan laten plaatsen (hier kost dat duizenden dollars, in België maar 400 euro). Als extra deal beloofde hij zelfs mijn tand gratis te trekken als ik nog van gedachte veranderde.

De glimlach van opluchting op mijn gezicht maakte al gauw plaats voor pijnlijke grimassen toen de tandarts even wou testen of mijn zenuw wel echt blootlag. Hij nam een klein watje en bevroor het met een spuitbus en duwde dat watje in het gat in mijn tand, recht op de blootgestelde zenuw. Ik veerde recht en schreeuwde van de pijn, en de ijskoude steek bleef nog 10 seconden hangen. Ik denk dat de tandarts overtuigd was… En dat was nog maar het begin. Ik kreeg een aantal lange spuiten in mijn tandvlees, er werd vrolijk in mijn tand en zenuw geboord (met bijbehorende pijnscheuten) en toen werden mijn zenuwen letterlijk uit mijn wortelkanalen getrokken met een haakje. Enfin, je kan het je wel voorstellen. Leuk is anders. Maar mijn tand is er nog! (of toch half) Met een half verlamde mond en een trauma rijker strompelde ik naar het appartement van Marie, die lekkere (en vooral vloeibare!) soep voor mij had gemaakt.

Ondertussen bezoek ik de laatste plekjes in Sydney waar ik nog niet geweest ben, maar ik ken de stad wel al goed. Soms beter dan sommige locals, heb ik de indruk. Veel Sydneysiders (inwoners van Sydney) hebben zelfs nog nooit van mijn wijk gehoord, hoewel die op 15 min van het centrum ligt. Het wordt zo stilaan tijd om mijn koffers te pakken en nieuwe oorden te gaan verkennen. En sinds gisteren heb ik een dag om naar uit te kijken: 31 maart, dan loopt mijn contract hier af en kan ik de wijde wereld intrekken. Volgende halte wordt hoogstwaarschijnlijk Nieuw-Zeeland. Hopelijk zijn de naschokken van de zware aardbeving wat kalmer tegen april en kan ik als vrijwilliger mee wat gaan opruimen.

Maar zo ver zijn we nog niet. Nu nog een paar weken genieten van het aangename weer (het is nu al fris in Nieuw-Zeeland en het zal de komende weken alleen maar kouder worden), het Australische accent, het kangoeroevlees en de restaurantjes en winkeltjes in mijn fantastische buurt. Het is opmerkelijk hoe snel je je ergens kan thuisvoelen en – meer nog – hoe snel je een plek begint te missen!

0 Comments
Share Post
No Comments

Post a Comment