Mijmeringen onder de douche

apr 19 2011

Mijmeringen onder de douche

De douche is altijd een goed moment om na te denken over een aantal dingen, en dat geldt zeker hier in het koude Lake Tekapo, Nieuw-Zeeland, waar ik extra tijd nodig heb om op te warmen en te genieten en mijn beenderen door en door te verhitten zodat ik de ijskoude 2 minuten aankleedtijd kan overbruggen. Maar alles wat ik vanmorgen kon denken was “wie ontwerpt die dingen?!”. De straal was stevig, er was meer dan genoeg ruimte in de cabine en er was voldoende warm water in voorraad. Wat kan er dan nog misgaan? Wel, de douchekop hing vast aan de muur ongeveer ter hoogte van mijn kin (met nog ruim een halve meter muur op overschot erboven). Ik ben geen hobbit, maar zeker ook geen professionele basketter en ik kan me niet voorstellen dat de loodgieter nietsvermoedend die douchekop op ooghoogte installeert en niet even stilstaat bij de ergonomische implicaties voor zijn medemensen. Een beetje lager hing een mengkraan, zo met 1 hendel die je van koud naar warm kan verschuiven. Ik ben fan van mengkranen! Ze zijn simpel in gebruik en je kan ze gemakkelijk even uitzetten als je je wilt inzepen of je haar wilt wassen, en daarna heb je meteen weer dezelfde temperatuur. In theorie. Bij deze kraan zat er ongeveer een millimeter verschil tussen 10 graden en 50 graden. Dus als een soort Quasimodo die met yoga experimenteert, probeerde ik heel mijn lichaam onder het water te krijgen en tegelijkertijd de temperatuur juist te krijgen, met af en toe een kopstoot tegen de douchekop en pijnlijke zuchtjes tussendoor als het water weer eens ijskoud of gloeiend heet werd.

Maar met het uitzicht dat je hier voorgeschoteld krijgt, kan een mens niet lang slecht gezind blijven. Ik slaap in een gezellige jeugdherberg aan de rand van een turquoise bergmeer. In de lobby staan een paar zetels gezellig bij elkaar naast een brandend haardvuur. En twee jonge kittens zorgen voor het nodige entertainment.

Maar ik loop vooruit op de zaken, want ik heb jullie bijna een maand geleden achtergelaten in het warme Sydney, dus even een paar weken terugspoelen.

De laatste weken in Sydney zijn heel snel gegaan. Voor ik het goed doorhad, was ik al aan mijn laatste werkdag aanbeland. Daarna had ik nog een paar dagen om van Sydney te genieten en mij klaar te maken voor mijn reis. Marie en ik wilden nog een laatste keer genieten van onze favoriete plekjes in en rond de stad. Zo zijn we nog eens naar de markt gegaan in Glebe, overheerlijke dumplings gaan eten bij Din Tai Fung en fish and chips in Balmain. Een paar dagen voor mijn vertrek zijn we ook nog eens naar de Blue Mountains gegaan, een ander stuk deze keer. Het blijft een fantastische plek. Het contrast van de blauwe lucht met de oranjebruine torenhoge kliffen en de groenblauwe schijn van de vallei is gewoon adembenemend. Achter elke hoek schuilt een waterval of een wondermooi panorama of een troep kaketoes die je eens nieuwsgierig aankijken voor ze luid krijsend wegvliegen.

In de stad zelf was het weer echter omgedraaid. Grijze wolken en regen overheersten mijn laatste paar dagen in Sydney. Toen ik uiteindelijk zwaar beladen vertrok uit mijn hostel, die na 3,5 week toch ook een beetje mijn thuis was geworden, was het gelukkig droog, maar er stond nog wel een koud briesje. Met mijn grote rugzak, mijn kleine rugzak en mijn gitaar stonden Marie en ik aan de bushalte te wachten. Ook mijn goede vriend Murphy was er bij, want toen ik de bus opstapte en in mijn broekzak zocht naar geld voor een kaartje, vond ik de sleutel van de bagageruimte van de hostel. Ik gooide mijn rugzak op de grond en spurtte naar de hostel aan de overkant van de straat, maar toen ik terugkwam, zag ik de bus net wegrijden. Op de volgende bus wist de chauffeur niet goed waar we konden overstappen, zodat we uiteindelijk bij de verkeerde halte zijn uitgestapt en nog een lange tunnel onder het station doormoesten naar de volgende bus. Ik was oorspronkelijk ruim op tijd vertrokken om mijn vlucht te halen, maar de tijd begon nu wel te korten en ik werd een beetje zenuwachtig. Na een lange busrit (er was uiteraard file) en nog een overstap kwamen we uiteindelijk bij de luchthaven terecht. Ik had nog ongeveer een half uur om in te checken dus dat was in principe tijd genoeg.

Maar Murphy was nog niet klaar met mij. Aan de incheckbalie gaf ik mijn paspoort en vliegticket af en de stewardess vroeg naar mijn terugvlucht. Ik zei dat ik die nog niet geboekt had omdat ik niet wist hoe lang ik in Nieuw-Zeeland wilde blijven. Daarop antwoordde de stewardess dat ik Nieuw-Zeeland niet binnen mocht als ik geen vlucht uit het land had. (Dat hadden ze misschien wel op hun website mogen vermelden) Zelfs mijn terugvlucht uit Australië was niet genoeg bewijs dat ik zou vertrekken. Er zat dus niets anders op dan in de 20 resterende minuten op een of andere manier een vlucht te boeken. Alle computers met internet waren natuurlijk bezet dus mijn enige optie was om bij de service desk van Jetstar een ticket te gaan kopen. Na wat aanschuiven was het eindelijk mijn beurt en had ik nog een paar minuten om te beslissen wanneer ik zou vliegen en van waar naar waar. Heel snel besliste ik dan maar om op 18 juni van Auckland naar Melbourne te vliegen, omdat die tarieven wel bleken mee te vallen. Mijn gewone kaart werkte er niet, dus moest ik mijn credit card bovenhalen en toen ik eindelijk kon gaan inchecken, raadde de stewardess me aan om meteen naar de gate te lopen. Het afscheid van Marie was dus des te abrupter.

Het was 22u30 toen ik aankwam in Christchurch. De koude lucht – 8 graden – beet in mijn blote benen en armen en ik besefte meteen dat ik hier een andere garderobe zou nodig hebben. ‘You must leave New Zealand before expiry of your visa or face deportation’ stond er op mijn nieuwe stempel in mijn paspoort. Welkom in Nieuw-Zeeland! Door het donker liep ik naar de shuttlebus en binnen moest ik wachten op de andere passagiers. Voor een zoveelste keer zou ik een nieuwe plek ontdekken, nieuwe mensen ontmoeten, maar de achtergelaten herinneringen waren zwaar deze keer.

Ik werd verwelkomd door Henry (Nieuw-Zeelandse uitspraak ‘Hinry’) in het huis van zijn oom Bill (‘Bull’) en tante Liz (‘Luz’). Na een dikke drie weken in een gedeelde kamer had ik voor het eerst weer mijn eigen kamer, en nog wel met een dubbel bed, dus dat zag er alvast goed uit. Henry zei me al meteen dat ik geen kraantjeswater mocht drinken omdat er na de aardbeving rioolwater met allerlei appetijtelijke ingrediënten in het drinkwater was terechtgekomen. De dag na mijn aankomst nam ik de bus naar het centrum om te gaan verkennen. Onderweg zag ik een paar half ingestorte huizen en gestutte muren, maar al bij al leek de schade nog mee te vallen. Het centrum zelf was een ander verhaal. De eigenlijke stadskern is momenteel volledig afgesloten. Hier en daar zijn checkpoints geïnstalleerd waar het leger 24u per dag de doorgang controleert. Het ziet er een beetje uit als een oorlogsgebied. Tussen de hekken door kan je het puin op de straten zien liggen en sommige hoge gebouwen staan vervaarlijk ver voorovergebogen, klaar om in te storten bij een stevige naschok. Rondom de aflsuitingen zijn de meeste gebouwen verlaten. Vooral hoge gebouwen en kerken zijn zwaar getroffen.

Al de gebeurtenissen gaven Christchurch een beetje de indruk van een spookstad. Sommige wijken zijn helemaal verlaten en vele mensen hebben hun hele hebben en houden achtergelaten om ergens anders een nieuw leven te beginnen. De mensen die nog steeds in Christchurch wonen, moeten met een hele hoop dingen rekening houden. Veel scholen en bedrijven zijn gesloten omdat ze beschadigd zijn of er teveel instortingsgevaar is of omdat naburige gebouwen op instorten staan. De scholen die nog wel open zijn worden nu gedeeld door leerlingen van verschillende scholen. Kinderen hebben dus enkel in de voormiddag of de namiddag les. Bij de universiteit, waar de aula’s nogal zwaar beschadigd waren, worden nu lessen gehouden in containers of tenten. En de bussen, die vroeger allemaal naar het centrale station in het centrum reden, hebben nu aangepaste routes. De loketjes van het busstation zijn verplaatst naar een oude bus in het stadspark.

Je zou denken dat het in zo’n situaties gemakkelijk zou zijn om als vrijwilliger werk te vinden. Maar dat bleek niet zo te zijn. Een hele week lang heb ik moeten zoeken op internet, rondbellen en berichten sturen om uiteindelijk een plek te vinden waar ik kon gaan helpen. Tijdens die week genoot ik van het comfort van het leven in een huis. Henry was zijn lerarenopleiding aan het afronden en was dus eigenlijk bijna voortdurend bezig. Overdag gaf hij les en ‘s avonds was hij bezig met allerlei opdrachten voor de universiteit. Zijn nonkel en tante, allebei gepensioneerd, waren vriendelijke mensen, maar niet echt heel praatvaardig. Tante Liz had de vervelende gewoonte om alle stiltes op te vullen met betekenisloze woorden. Bij elk leesteken in mijn verhaal probeerde ze een ‘yeah’ of twee tussen te wringen, waardoor ik na een tijdje al geen zin meer had om nog iets te zeggen. Henry is dan weer net iemand die veel praat, maar met lange pauzes, zodat het gesprek tijdens het avondeten vaak iets was zoals “Today I was uhm yeah, yeah at school, teaching about uhm yeah, yeah, mhm Africa yeah…”. Ik hield mij dus voornamelijk bezig met lezen (6 boeken op een week tijd!), vrijwilligerswerk zoeken, de buurt ontdekken en mijn reis door Nieuw-Zeeland plannen. Zo heb ik me ingeschreven op de wwoofing-website, zodat ik kan gaan wwoofen (werken op een organische boerderij in ruil voor onderdak en eten).

Na een week had ik dus uiteindelijk vrijwilligerswerk gevonden en mocht ik modder gaan scheppen. Door de aardbeving is er heel veel modder uit de grond gekomen door een proces dat in het Engels liquefaction heet. Door de schokken begint de grond zich als een vloeistof te gedragen en komt er overal modder bovendrijven. In Christchurch is die modder bij vele mensen het huis binnengelopen, vaak tot een halve meter diep, of is heel hun tuin volgestroomd. Een aantal mensen zijn te oud of niet sterk genoeg om zelf een schop te gebruiken en de modder met een kruiwagen weg te brengen. De eerste dag ging vrij vlot, maar de tweede dag waren mijn spieren al behoorlijk stijf. De derde dag werd ik naar een huis gestuurd van een oude weduwe. Haar gezicht was stevig gerimpeld en ze had een zware rokersstem. Alles in het huis was minstens even oud als zij, denk ik, op de kat na misschien, en er hing een muffe walm van rook en onverluchte ruimtes. Haar veranda zat onder een dikke laag modder en ook het tuinpad lag verborgen onder een halve meter. Overal lagen vergeelde kranten en oude rommel. Om mijn schoenen niet te vuil te maken kreeg ik een oud paar rubber laarzen van haar overleden man, maat 41. Met gekromde tenen ging ik aan het werk. Tijdens het scheppen kroop er allerlei ongedierte weg: wormen, spinnen, kevers, oorwormen. Buiten begon het eerst zachtjes, dan harder te regenen. Na een paar ritjes naar de straat met de kruiwagen, manoeuvrerend tussen de planten en de auto, was ik helemaal doorweekt. Ik kreeg een kom tomatensoep aangeboden die eigenlijk wel lekker was, zolang ik niet probeerde te denken aan de vlekken op mijn lepel of de vuiligheid op mijn bord, of de rokerige walm van het tafelkleed. Ik begon weer te werken met gekromde tenen, pijn in mijn rug en stijve spieren in mijn armen en benen en de regen die meedogenloos bleef vallen, en ik denk dat ik toen ongeveer besloten heb om uit Christchurch te vertrekken.

Haar verhaal heeft wel indruk op me nagelaten. Ze vertelde me hoe ze de aardbeving ervaren had. Het was alsof een trein door haar huis reed, zoveel lawaai maakte het, en alles viel uit de kasten en glas vloog in het rond. Haar microgolfoven was vlak naast haar op de keukenvloer gevallen en in stukken gebroken. Ze dacht dat ze ging sterven. Haar 80-jarige buurvrouw was in de voorraadkast tijdens de beving en had al het eten van de kast over haar heen gekregen. Een man die ze kende, was in een van de zwaarst getroffen gebouwen in de binnenstad, waar veel mensen gestorven zijn, en hij was in de trappenhal. Door de beving waren zijn benen onder een trap terechtgekomen. Hij heeft zijn vrouw gebeld, die de hulpdiensten heeft verwittigd. Omdat de ziekenwagens allemaal bezet waren, kon er enkel een noodteam gestuurd worden, en die konden hem enkel bevrijden door zonder verdoving zijn benen te amputeren. Hij vond echter dat hij geluk heeft gehad, want de meesten van zijn collega’s hebben het niet overleefd.

Ikzelf heb een paar naschokken gevoeld, maar die waren lang niet zo sterk als de beving van februari, en toch al behoorlijk angstaanjagend.

Met een Duits meisje dat ik in Christchurch heb leren kennen, ben ik zondag beginnen liften naar het zuiden. In Ashburton hebben we een Duitse jongen met een auto ontmoet die ons wel wilde meenemen, en zo zijn we gisteren met z’n drieën beginnen reizen. We zijn even gaan wandelen in een national park en genoten onderweg van de prachtige landschappen. Gisterenavond zijn we aangekomen bij Lake Tekapo en even gaan ontspannen in de plaatselijke warmwaterbronnen, met een magnifiek uitzicht op het meer, de bergen en de opkomende volle maan. De twee Duitsers waren echter nogal jong en het Duits was me nogal vermoeiend, dus ik ben hier gebleven en zij zijn deze morgen met z’n tweeën verdergetrokken. Ik heb nu even de tijd genomen om de was te doen, mijn blog te schrijven en wat te plannen. Maar ik ben er nog lang niet uit. Jullie hebben alleszins al een update gekregen. Ik heb massaal veel opties van hieruit, dus voor de volgende blog kan je alles verwachten.

Hou jullie goed daar, en stuur wat Belgische warmte naar hier!

0 Comments
Share Post
No Comments

Post a Comment