California dreamin’ on such a winter’s day

dec 23 2015

California dreamin’ on such a winter’s day

Stel je even voor dat je een mier bent die vrolijk rondkruipt in een tandenborstelglas op de lavabo van een badkamer. Je kijkt om je heen naar alle interessante prullen. Een bus deo die boven je uittorent, een paar verloren haren die slingerend het landschap sieren, een stuk zeep dat glinstert aan de horizon, en een enorme reuzin die voor de spiegel haar haren droogt. Opgewonden en nieuwsgierig besluit je die wijde nieuwe wereld te gaan ontdekken. Wanneer je langs de tandenborstel omhoogklimt en eindelijk aarzelend over de rand van het glas kruipt, slaat de warme wind van de haardroger je genadeloos in het gezicht. Je voelsprieten lijken te verschroeien en je voelt bij elke stap een stukje energie wegstromen door je zes poten. Moedig kruip je verder, geïntrigeerd door het gigantische stuk zeep. Even is de reuzin aan de andere kant van haar haar bezig en ben je veilig. Tot de gloeiende bries plots weer terug is en de zeep je opeens eigenlijk niet zo veel meer kan schelen. Niet eens halverwege beslis je om toch maar rechtsomkeert te maken en terug in het aangename koele glas te kruipen, waar je weer vrij kan ademen – fris muntgeurtje inclusief.

Dit scenario is min of meer vergelijkbaar met een bezoek aan Death Valley. Met borden die plaatsjes als Furnace Creek en Stovepipe Wells aankondigen, zou er al een belletje moeten beginnen rinkelen, maar niets kan je voorbereiden op de extreme hitte van de Californische woestijn. Ik keek ongelovig toe hoe het metertje op mijn dashboard graad per graad omhoogklom tot een indrukwekkende 119° Fahrenheit (48,33° Celsius). Onze fotostops en kleine wandelingetjes werden steeds kleiner naarmate we het moeilijker kregen met de saunatemperaturen en de brandende zon. Maar het uitzicht werd er niet minder fantastisch op. Hoe de coyotes er overleefden was me niet duidelijk, maar ze waren alvast niet wanhopig genoeg om zich aan mensenvlees te wagen. Roadrunners hebben we er anders ook niet gezien…

Om eens iets anders te eten dan chips en wortels stopten we bij wat het enige restaurant in Death Valley leek te zijn: de saloon van het Stovepipe Wells Village Hotel. Hun monopoliepositie werd snel duidelijk, en helaas niet alleen doordat het er heel druk was. Na even wachten bestelde ik een veggieburger. Toen hij een half uur later aankwam, vond ik dat hij verdacht hard op een echte burger leek, maar ik besloot hen het voordeel van de twijfel te geven. Het was natuurlijk wel gewoon rundsvlees, en toen ik van de frietjes proefde merkte ik tot mijn verbazing dat er stukjes chicken nugget in verzeild waren. Vijftien minuten later kon ik eindelijk haar aandacht trekken en mijn probleem aankaarten. Ze stelde voor om mijn bord in de vuilnisbak te kieperen en alsnog een veggieburger te brengen, maar ik verzekerde dat dat niet nodig was omdat ik nog af en toe vlees eet. Toen ik haar over de stukjes kip in de frieten vertelde, zei ze “oh yes, of course, we always serve our fries with pieces of chicken nugget”. Ik keek even om me heen om te zien of ik de enige was die dit vreemd vond. Ik vroeg om wat extra mayonaise, maar zelfs na heel dit gedoe had ze het lef om te zeggen “sure, but that will be another 50 cents”. Op de afrekening hadden ze bovenop de 18% inbegrepen tax nog eens fooi bijgerekend. Wij maakten de omgekeerde berekening, lieten wat geld achter en liepen door de saloondeuren weer de sauna in.

Toen we die avond de bergen van het Sequoia National Park inreden, begonnen we in het donker een camping te zoeken. We dachten dat de ratelslangen het ergste gevaar waren, maar toen we bij de receptie wilden aankloppen, kwam er net een man aangelopen van bij zijn pick-up truck. Hoed op zijn hoofd, geruit hemd, rubberen laarzen, het stereotype compleet. Buiten adem zei hij “I think I managed to chase it away, we turned on the generator and the floodlights to scare it off. Just tell people to stay inside.” Een beer op de camping, grijnsde de eigenaar, willen jullie hier overnachten? Toen we even later aan ons welverdiende avondmaal wilden beginnen op een bank, hoorden we vanuit de donkere bosjes een vreemd repetitief gegrom. Een blik naar elkaar zei genoeg. We spurtten terug naar de auto en besloten om dan maar binnen te eten. De nacht verliep zonder verdere incidenten, maar onze goede vriend was nog niet klaar met ons.

Sequoia’s zijn niet alleen de grootste bomen ter wereld (in volume, niet in hoogte – dat zijn de Redwoods van dezelfde familie), ze zijn ook de grootste levende dingen ter wereld. Groter dan olifanten en blauwe vinvissen, groter dan eender welk ander organisme. Hun imposante bulk is ook echt overweldigend. Thilo en ik liepen langs de “General Sherman”, de grootst levende boom op dit moment. Hij is 83,8m hoog 7,7m dik in diameter en tussen de 2300 en 2700 jaar oud. Als Jezus effectief op bezoek geweest is in Amerika, zoals de Mormonen beweren, dan heeft hij misschien nog tegen dit boompje geplast bij het hiken! We besloten om nog wat wandelpaden af te werken en de familieleden van Sherman ook even een bezoekje te brengen. Na een tijdje waren we helemaal alleen in het bos en terwijl we met de blik omhoog de reuzen bewonderden, hoorden we plots een ritselend geluid voor ons. Mijn blik gleed instinctief naar de plek van het geluid, mijn lichaam verstijfde en ik hield Thilo tegen met mijn arm. Zo’n vijf meter voor ons liep een bruine beer op z’n dooie gemak onze richting uit. Wekenlang was ik al op plekken gekomen waar beren zaten en ik had al zoveel informatie gekregen over wat je moest doen als je hen daadwerkelijk tegenkomt, maar ik had niet verwacht dat het ook echt zou gebeuren. Moest ik nu in een boom klimmen of dood spelen of de beer proberen weg te jagen? Weglopen – wist ik nog – is geen goed idee, want eender welke beer haalt je in een mum van tijd in. We zagen geen andere beren en begonnen dus maar wat te roepen en lawaai te maken. De beer stopte en keek ons aan. Hij leek niet echt onder de indruk van onze vertoning, maar koos er uiteindelijk toch voor om van ons weg te waggelen. Beer ontmoeten in het wild: check!

IMG_1835

Beer!

Onze laatste natuurstop voordat we terug naar de beschaving zouden trekken, was het alom bekende Yosemite National Park. Na onze laatste nacht slapen in de auto stapten we met onze toiletzakjes het drukke visitor center binnen om onze tanden te gaan poetsen. We klommen naar de Vernal Falls (die we omdoopten tot Venereal Falls, wat beter paste bij alle eekhoorntjes en andere knaagdieren die ons volgens de bordjes bubonic plague (builenpest) konden bezorgen als we te dicht in hun buurt kwamen) en de Nevada Falls, waar je een prachtig uitzicht hebt over het mooie Yosemite.

Een laatste nacht in een typische Amerikaanse motel (zo eentje waar een moord gepleegd zou kunnen worden) en onze roadtrip zat erop. We leverden onze trouwe zwarte Mazda in op de luchthaven en ik nam afscheid van Thilo. Aan de horizon schitterde het water onder de Golden Gate Bridge naast de skyline van San Francisco.

0 Comments
Share Post
No Comments

Post a Comment