I know a place where the grass is really greener

dec 29 2015

I know a place where the grass is really greener

Als Belg ken je misschien het gevoel wel. Ik had het 5 jaar geleden al eens meegemaakt toen ik vanuit Barcelona naar Ijsland was gevlogen. Na maandenlange zomerse hitte stond ik opeens in een stevige koude wind met motregen, en ik genoot! Ik weet het, het gras is altijd groener aan de andere kant, en tijdens die 200 regendagen die België jaarlijks rijk is, dromen we graag weg naar tropische oorden met palmbomen waar je als een kip aan het spit moet blijven ronddraaien op je handdoek zodat alle kantjes egaal bruin worden. Maar ook dat begint te vervelen na een tijdje. Nat zijn van de regen is niet alles, maar nat zijn van het zweet is mogelijk nog erger. Misschien is dat stiekem wel wat Vlamingen en Walen bindt, het ultieme antwoord, de missing link: af en toe heeft elke Belg een beetje regen en kou nodig!

En dat was precies wat San Francisco kon bieden na anderhalve maand bijna onafgebroken zon en hitte. Mijn versleten flip-flops gingen even aan de kant en ik diepte vanuit mijn rugzak een lange broek en een zomerjas op. De kleine pleziertjes in het leven!

San Francisco heeft natuurlijk nog zo veel meer te bieden. Je hebt er vast al andere mensen over horen opscheppen; het is dan ook moeilijk om geen fan te zijn van de stad. De steile straatjes met de sprookjesachtige cable cars en de schattige pastelkleurige huisjes katapulteren je naar een andere wereld en elke wereldkeuken wordt er met liefde voor je bereid. Het beruchte gevangeniseiland Alcatraz is jammer genoeg geen makkie om te bezoeken. De vroegst beschikbare datum was twee weken later. Als je echt gemotiveerd was, kon je voor de eerste 100 kaartjes gaan die dagelijks toch nog aan de loketten worden verkocht, wat erop neerkomt dat je de avond ervoor al moest beginnen kamperen. Daarnaast had ik niet echt de indruk dat de grote schatten van de stad binnenshuis te vinden zijn. Een vijftal dagen lang heb ik San Francisco voornamelijk te voet verkend. Van Chinatown tot Japantown, van de Embarcadero tot de Golden Gate Bridge, van de authentieke Italiaanse restaurantjes van North Beach tot de geurende vismarkt en de schattige zeeleeuwen van de Marina, San Francisco ademt gewoon leven uit.

Uiteraard was ik niet de enige die in augustus van deze stad wilde proeven en de hostels van de stad waren dagelijks tot de nok gevuld. Elke ochtend kwam ik op een wachtlijst terecht en moest ik mijn spullen allemaal inpakken en opbergen om ze dan elke avond weer naar een nieuwe kamer te brengen. Gelukkig was er wel elke dag nog een plekje vrij, ook al betaalde ik nog nooit zoveel voor een bed in een slaapzaal: 60 dollar (slik!). Iemand vertelde me later dat ze ergens 80 dollar hadden betaald voor hetzelfde. Zoals overal in de USA is het de boodschap om zo vroeg mogelijk te boeken. Die 60 dollar was dan nog inclusief roze kussenslopen en slapeloze nachten door zatte lawaaimakers en de luidste snurker die ik ooit heb gehoord. Ik probeerde urenlang met zijn bed te schudden en zijn kopkussen weg te trekken – wat steeds een paar minuten werkte – maar uit pure frustratie kon ik op de duur niet anders dan hem gewoon wakker te maken.

IMG_1436

Ik nam afscheid van mijn nieuwe vrienden en trok zuidwaarts langs de kust door Santa Cruz en Monterey.

Santa Cruz is een klein stadje dat vooral gekenmerkt wordt door “The Boardwalk”, een ouderwets (en ook effectief al meer dan 100 jaar oud) pretpark op het strand. De hostel van Santa Cruz had de vreemdste regels: geen alcohol toegelaten, om middernacht moest iedereen binnen zijn, en – en dat is misschien nog de vreemdste regel – tussen 11u ‘s ochtends en 17u ‘s middags moest iedereen buiten; de hostel werd gewoon gesloten… Op mijn eentje ging ik naar een comedy night, waar een groepje comedians uit Arizona te gast was. Ze waren door verschillende staten aan het touren met een busje en de grap dat ze jonge vrouwen graag meenamen naar hun tourbus kwam regelmatig terug. Wat ze niet wisten, was dat de week voordien een jong meisje was ontvoerd, misbruikt en vermoord in Santa Cruz. De grappen schoten meteen in het verkeerde keelgat bij het publiek en ze begonnen al gauw boe te roepen. Na een tijdje riep een man “Stop making jokes about this! We’ve just lost a girl here!” De jonge comedians hadden er moeite mee om hun set à l’improviste om te gooien en de gênante situatie ging van kwaad naar erger. Het was aan de laatste – ervaren – komiek om de brokken te lijmen, maar de hele avond liet wel een wrang gevoel achter.

Onderweg naar Monterey dropte de bus mij in het stadje Watsonville, waar ik een paar uur moest wachten op een aansluiting (echt waar, na deze reis klaag ik nooit meer over De Lijn!). Ik vroeg aan een vrouw op straat waar ik ergens iets lekker kon gaan eten. Ze gaf me een lege blik en zei “Perdone, no hablo inglés. ¿Habla Usted español?” En zo ging het voor het hele stadje. Alle opschriften waren in het Spaans, iedereen die ik tegenkwam zag er Mexicaans uit, en ik hoorde nergens een woord Engels. Even in een andere wereld…

In Monterey trok ik mijn wetsuit nog eens aan om een kijkje te nemen onder water, en wat een duik was het! San Carlos Beach staat bekend om zijn ‘kelp forests’: het zeewier groeit er in lange takken van de bodem tot aan het wateroppervlak zodat je als duiker het gevoel hebt dat je in een bos rondzwemt. Het bos deelde ik met een aantal speelse zeeleeuwen die af en toe nieuwsgierig kennis kwamen maken. We zagen de grootste slak ter wereld (het ding was zo groot als een basketbal!) en even later kwamen we terecht in een ‘bait ball’: langs alle kanten waren we omringd door een gigantische school ansjovissen; duizenden visjes die in een grote cirkel om ons heen zwommen, en de zeeleeuwen leefden zich uit door af en toe een visje te komen stelen. Wat een schouwspel!

De grootste toeristische trekpleister van de stad is Cannery Row. Er werd al eeuwenlang gevist in deze regio, maar sinds de industriële revolutie werd hier op grote schaal gevist op sardientjes. Aan de waterkant werd de vis binnengehaald en aan de overkant van de straat werden de sardientjes ingeblikt in de ‘canneries’. Om de vis gemakkelijk aan de overkant van de straat te krijgen, werden op de verdiepingen passages gebouwd over de straat heen, die vandaag nog steeds een uniek uitzicht geven aan Cannery Row. Josh Steinbeck, de beroemde Californische schrijver, schreef er ooit een boek over. Ik had ondertussen zijn bekendste boek, ‘The grapes of wrath’, gekocht, verplichte lectuur voor elke Amerikaanse tiener, maar bij ons weinig bekend. Het verhaal van de arme boeren van het binnenland die tijdens The Great Depression in de jaren ’30 op zoek gingen naar werk in Californië toonde verbazende gelijkenissen met de vluchtelingencrisis die in Europa op volle toeren draaide.

Vanuit Monterey maakte ik een daguitstap naar het begin van de legendarische California State Route 1, ook wel “The Big Sur” genaamd. De weg slingert honderden kilometers lang over de heuvelflanken van de kust, met aan de westkant de uitgestrekte oneindigheid van de Stille Oceaan. De vista’s zijn er soms zo indrukwekkend dat zelfs het openbaar vervoer een standaard fotostop maakt voor de vele toeristen.

Ik besloot een lange wandeling te maken die me door bossen en heide uiteindelijk naar het strand zou leiden en dan weer helemaal terug. Californië had al wekenlang te kampen met een extreme droogte en in het dorre bruine gras hoorde ik regelmatig diertjes wegkruipen. Eerst had ik er niet zo veel aandacht voor; ik nam aan dat het hagedissen waren zoals altijd. Maar soms klonk het geritsel zo luid dat het echt geen kleine hagedissen meer konden zijn. Plots hoorde ik vlak achter mij iets snel wegschieten. Ik draaide me om en zag achter mij nog net de staart van een slang in de struiken verdwijnen. Erg op mijn gemak was ik niet, met mijn shorts op het smalle paadje. Ik kruiste nog verschillende slangen en toen het bos begon, hingen er vaak grote spinnenwebben met bijbehorende bewoners over het pad heen, waardoor ik voortdurend zowel boven als onder mij moest kijken. Zo miste ik op een haar na een slang die zich dwars over het wandelpad had gelegd. Mijn voet hing er luttele centimeters boven toen ik net op tijd nog kon terugtrekken. Met een tak porde ik het beest tot het tegen zijn zin de bosjes in slingerde.

IMG_1998

Of de slangen en spinnen echt gevaarlijk waren weet ik niet; zoveel ken ik niet van die beesten. Maar wat een heel stuk gevaarlijker was tijdens mijn weinig doordachte hike was het gebrek aan water. Mijn veldfles was in de helft van mijn wandeling al zo goed als leeg, en toen ik tijdens de lange steile beklimming van de berg in de onverbiddelijke middagzon mijn laatste druppel opdronk, begon ik een beetje te panikeren. Ik moest meteen denken aan het verhaal van het Franse koppel dat ik net gehoord had. Ze waren de week ervoor gaan wandelen in New Mexico met hun zoontje. Ze hadden veel te weinig water bij voor de schrale woestijn en hadden het beetje dat ze nog hadden aan hun zoontje gegeven. De Franse toeristen werden dood teruggevonden door een ranger. Hun zoontje was in kritieke toestand, maar leefde nog. Urenlang ging het verhaal door mijn hoofd terwijl de berg nooit leek op te houden. Volledig uitgeput en uitgedroogd kwam ik na 6 uur terug aan bij het beginpunt, waar ik gulzig mijn lichaam weer hydrateerde. Als beloning wachtten een heerlijke burrito en stoelen in een fris riviertje waar je met je biertje je voeten zalig kon verfrissen.

Tot hier was ik geraakt met openbaar vervoer, maar hier hield het ook op. Om met bussen en treinen in Los Angeles te geraken, zou ik helaas terug het binnenland in moeten duiken. Maar als een deus ex machina leerde ik die avond in de hostel Philip kennen, een Duitse professionele acteur met humor, veel interessante verhalen en… een auto!

0 Comments
Share Post
No Comments

Post a Comment