Buy me a star on the boulevard, it’s Californication

feb 05 2016

Buy me a star on the boulevard, it’s Californication

De avondlucht was kil en er waren honderden sterren te zien aan de hemel. We lachten toen een van de Italianen demonstratief een paar dollarbiljetten in het vuur gooide met de boodschap dat geld niets betekende en zijn vriend luidkeels protesteerde en tevergeefs met een stok een gloeiend biljet probeerde te redden. “Ma daaaai, porca puttana, cosa stai facendo?!” – “Sei scemo, è simbolico!” Philip verstond niet veel van het Italiaans, maar hier was geen ondertiteling nodig. We waren die ochtend aan onze roadtrip begonnen en waren na een rit langs de prachtige vista’s van Big Sur op een camping naast Italiaanse buren terechtgekomen. Het toeval wou dat ik Philip op het laatste nippertje had ontmoet. Bijna had ik de moed opgegeven om een chauffeur te vinden en had ik rechtstreeks de trein naar L.A. genomen, en toen begonnen we te praten in de hostel. Al gauw bleek dat niet alleen onze reisdoelen gemeenschappelijk waren, maar ook onze interesses. Hoe groot is de kans dat twee musicalacteurs (1 professioneel en 1 amateur) elkaar op deze manier tegenkomen…

Na de zonsondergang waren we door het bos terug naar de auto gelopen, niet zo ver van de plek waar ik een dag eerder nog bijna op een slang had getrapt. Met het licht van de iPhone baanden we ons een weg door de duisternis, angstvallig op zoek naar kruipend gespuis. Minutenlang vonden we niets, tot we plots opgeschrikt werden door luid geritsel. In de schijn van het licht zagen we een groot hert weglopen. Verder werden we enkel nog verrast door een verdwaald stinkdier, dat gelukkig zijn staart naar beneden liet.

Op weg naar Santa Barbara stopten we regelmatig om te genieten van het uitzicht of om even een frisse duik te nemen in de eindeloze Stille Oceaan. Het water deelden we met walvissen en troepen dolfijnen, die je geregeld even boven zag komen in de verte. Omdat de budgetopties vrijwel onbestaande waren in het zuiden stelden we uiteindelijk ons tentje op op een verlaten strand. We haalden wat hout en bier in het tankstation en maakten het gezellig met wat locals die al een vuurtje hadden gemaakt.

De laatste stop voor de beschaving was het strand van San Simeon, waar tientallen zeeolifanten hun thuisbasis hebben. Als de wind verkeerd staat, krijgt je neus de volle lading, maar de gigantische beesten zijn wel heel indrukwekkend en grappig om te zien. Vooral als ze loom in en uit het water kruipen en je hun vet bij elk sprongetje als een tsunami doorheen hun lijf ziet rollen. Of als ze luid brullend (boerend) beginnen te vechten.

Na een korte passage door de decadente villawijken en stranden van Santa Barbara zette Philip me af in de City of Angels. Ik had al veel gehoord over de tweede grootste stad van de VS, voornamelijk negatieve commentaar. Maar op een weekje tijd wist de stad me eigenlijk best wel te boeien. Misschien omdat mijn verwachtingen zo laag lagen, maar ik vind dat de stad wel veel te bieden heeft.

De eerste dagen vestigde ik me in Hollywood en dompelde ik me onder in de glitter en glamour van Tinseltown. Over de Walk of fame kuieren, een foto trekken van de Hollywood-letters en in Beverly Hills eens voorbij de high-end shoppingstraat Rodeo Drive en de mansions van Tom Cruise, Katy Perry en vele anderen rijden… het hoort er allemaal bij. En het is exact wat je ervan verwacht: spannend voor eventjes, maar vooral heel oppervlakkig. Een ideale plek dus voor het Scientology Celebrity Center, waar ik me liet overtuigen om een gratis persoonlijkheidstest af te leggen. Helaas kon Scientology me ook niet overtuigen. Ik zal nog even moeten verder zoeken naar een geschikte religie…

De volgende dag ging ik gratis een tv-opname bijwonen van het in Amerika razend populaire @midnight op Comedy Central, al bij al een vrij flauwe show waarbij ongeveer 85% van mijn gelach fake was, maar ja, lachen was onze taak als publiek. Op een gegeven moment liet de publieksopwarmer mij opstaan uit het publiek omdat ik ‘all the way from Belgium’ kwam en dat dat toch een applaus verdiende en ‘amazing’ was!

De rest van de week ontdekte ik de verschillende wijken van de stad, die qua oppervlakte meer dan 40 keer zo groot is als Brussel, en zonder auto is dat best een grote uitdaging. Ik werd snel vergezeld door Juliette, Elisa en Lorène, 3 Franse meisjes die ik eerder op mijn reis had ontmoet. Hoogtepunten waren de fantastische stranden van Malibu (ja, die van Baywatch!) en Santa Monica, een dagje in het Universal Studios pretpark en een bezoek aan het indrukwekkende Getty Center-museum dat vanop zijn heuveltop over heel L.A. uitkijkt. Op Venice Beach was een soort hippie-percussiejamsessie losgebarsten rond zonsondergang. Ik jamde mee en een hele groep dansers ging volledig uit hun dak terwijl ze de ondergaande zon uitwuifden. De politie kwam met veel vertoon het strand opgereden en maakte een einde aan het feestje.

Met Juliette en Elisa reed ik naar San Diego, mijn laatste stop op de Amerikaanse kust. Van hieruit hopten we snel even de grens over om margarita’s en Corona’s te gaan drinken in Tijuana, eigenlijk vooral om te kunnen zeggen dat we even in Mexico waren geweest! Ik bleef zelf nog een weekje in de stad om de sfeer helemaal op te slorpen.

Met Bar uit Israël en Thibaut uit Zwitserland ging ik op ontdekking in en rond San Diego. Toen ik uit de automaat ferryticketjes wilde kopen om naar Coronado Island te varen, werd mijn kredietkaart geweigerd en moest ik de 9 dollar noodgedwongen met een biljet van 20 dollar betalen. Mijn wisselgeld – of toch een deel ervan – kreeg ik in alle kleine muntjes die de machine nog in voorraad had: 85 muntstukken, vooral van 5 cent. Een oudere vrouw achter mij barstte in lachen uit terwijl ik deed alsof ik de jackpot gewonnen had en even later rinkelend rondliep in een broek die de neiging had om toe te geven aan de zwaartekracht. In La Jolla gingen Bar en ik kayakken en zwemmen tussen de vrolijke – maar ook weer niet zo welriekende – zeeleeuwen.

Tijdens een pubcrawl later die week – het moet zo tussen de derde en de vierde pint geweest zijn – besloten we dat het nachtleven op een weekdag in San Diego niet zo veel soeps was en dat we misschien in Tijuana moesten verderzetten. Het begon als een grap, maar een uur later stonden we effectief lichtjes beschonken aan de douane en kon de fiesta beginnen. Corona’s en tequilashots aan 1 dollar, net als de taco’s en andere vettige troep die je op elke hoek van de straat kan kopen, dat was allemaal te mooi om waar te zijn, zeker na die 2 dure maanden in Noord-Amerika.

Maar ook na de genereuze hoeveelheid tequila en oorverdovende mariachimuziek kwam de triestige werkelijkheid hard aan. Toen we rond 4 uur ‘s morgens terug de drukste grensovergang van de wereld wilden oversteken, waren we omringd door honderden Mexicaanse arbeiders die gewoon aan het pendelen waren. Ik geraakte aan de praat met een Mexicaan die elke dag rond dit uur de grens overstak (wat op zich al minstens een uur in beslag neemt), dan de hele dag huurauto’s van A naar B verplaatste in Californië en ‘s avonds om een uur of tien weer thuiskwam. Zijn kinderen zag hij bijna nooit, en veel tijd om te slapen was er niet. Hij glimlachte toen hij mijn verwondering zag. “Zo is het leven…” zei hij. En het schrijnende was dat de rij van dit soort mensen reikte tot zover we konden zien…

En hier eindigde ook mijn reis door het luxueuze Westen. Toen ik van het Disneylandgevoel van de verzorgde shopping centra in San Diego de brug overstak richting het vuile en chaotische Tijuana, kreeg ik al een voorsmaakje van wat me te wachten stond, en hoezeer deze twee werelden van elkaar verschilden. Ze werden dan ook letterlijk gescheiden door een hoge muur en kilometers prikkeldraad. Mexico binnenlopen is een fluitje van een cent. Er wordt vaak niet eens naar je paspoort gekeken. De andere richting is een ander verhaal.

Ik nam de trein terug naar de luchthaven van Los Angeles, bijzonder nieuwsgierig naar mijn volgende bestemming, het paradijs op aarde: Costa Rica!

 

0 Comments
Share Post
No Comments

Post a Comment