Livin’ la pura vida!

mrt 11 2016

Livin’ la pura vida!

“Pura vida” betekent letterlijk “puur leven”, maar in Costa Rica betekent het veel meer dan dat. Het is een passe-partout uitdrukking die even goed als ‘hallo’, ‘bedankt’, ‘tot ziens’ als ‘niets aan te doen’ vertaald kan worden. Of nog een tiental andere reacties. Het is de belichaming van het optimisme in een land dat je alleen maar kan liefhebben. Het drukt uit dat – hoe ellendig je je ook voelt – er altijd iemand op de wereld is die het slechter heeft dan jij.

IMG_2061

Costa Rica is een uniek land. Het is een van de weinige onafhankelijke staten in de wereld zonder leger (en misschien wel het enige echte als je bedenkt dat Ijsland beschermd wordt door de NAVO en de rest van de landen in de lijst voornamelijk obscure ministaatjes zijn zoals Liechtenstein en Tuvalu). Het is anderhalve keer zo groot als België, maar het bezit 5% van alle biodiversiteit van de wereld en is op weg om tegen 2021 het eerste klimaatneutrale land ter wereld te worden.

Maar wat is de prijs van dat alles? 3,5 euro. Dat was alvast de prijs van mijn flesje water op de luchthaven. Ik slikte even toen ik nadien de prijs had omgerekend. Toen mijn bus het drukke stadscentrum van San José binnenreed, was er van die biodiversiteit en ‘pura vida’ ook niet zo veel te zien. De meeste gebouwen waren voorzien van glasscherven op de muren en tralies voor de ramen. De hoofdweg voor het busstation was een kluwen van verkeer. Ook mijn hostel Pangaea was even schrikken. Langs buiten zag het er niet veel anders uit dan een gevangenis. Maar toen de zware voordeur achter mij dichtviel, verdween alle drukte en stapte ik een oase binnen. Een gezellige, rustige en luxueuze hostel, inclusief zwembad en een rooftop bar met een uitzicht dat perfect geschikt was voor een volgende James Bondfilm. En dat alles voor 10 euro per nacht.

Toen ik even het reiszweet ging wegspoelen in de douche, begon de poetsman een gesprek in het Spaans. Niet zomaar small-talk over het weer, hij was oprecht geïnteresseerd in mijn verhaal. Hij sloot zijn gesprek af met een brede lach en een welgemeende ‘pura vida’ en een half uurtje later vroeg een groepje jonge dokters uit New York of ik mee drankspelletjes kwam spelen op het dakterras. Het was vroeg in de namiddag. Ach ja, pura vida…

De volgende ochtend stond ik vroeg op om naar het busstation te vertrekken met Katie uit Venice Beach. Twaalf uur eerder had ik nog niet echt nagedacht over het verdere verloop van mijn reis, behalve dat ik Costa Rica een beetje ging ontdekken en dan verder noordwaarts ging trekken. Nu had ik een reispartner en een plan. Zij ging het land met een georganiseerde reisgroep ontdekken, en ik had besloten hun parcours mee te volgen en een beetje mijn eigen ding te doen.

Eerste halte was Puerto Viejo, een klein Caraïbisch kuststadje dicht bij de grens met Panama. Witte stranden, palmbomen, cocktails met vers exotisch fruit, het plaatje was compleet. Daarnaast is Puerto Viejo vooral bekend om zijn rastafarisfeer, imported from Jamaica, yah man! De meeste mannen lopen er in bloot bovenlijf rond, met dreadlocks, rood-geel-groene accessoires en hun blik op half zeven. De geur van Puerto Viejo is een subtiele mix van gegrilde kip, kokosnoot, zeebries en natuurlijk… ganja.

Het stadje Limón wordt meestal geskipt door toeristen, en dat waren we ook van plan totdat we er per ongeluk vast kwamen te zitten. We kwamen er terecht op Día del Negro, een groot feest dat elk jaar op 31 augustus het rijke Afrikaanse erfgoed van Costa Rica in de kijker zit. Limón is als grootste stad aan de Caraïbische kust ook de meest zwarte stad van het land. Terwijl het hele stadscentrum zich voorbereidde op de grote parades van die namiddag, probeerde onze rammelende bus tevergeefs een weg te banen door de smalle kronkelende straatjes op de heuvelflanken. Langs weerskanten van de weg stonden tientallen auto’s geparkeerd, en de bus geraakte amper vooruit. Verschillende passagiers staken hun hoofd uit het raam en riepen als kippen zonder kop tegenstrijdige instructies naar de chauffeur. Na 5 minuten manoeuvreren hoorden we plots een luide krak en we zagen de zijspiegel van een taxi afbreken. De passagiers van die kant kregen het warm en begonnen spontaan te roepen “Vámonos, vámonos!!!” (Weg, weg!). De chauffeur duwde op het gaspedaal.

Na een nachtje feesten met de locals (we waren zowat de enige toeristen (en blanken) in het stadje) was het met kleine oogjes dat we op het lange bootje stapten dat ons via kanalen door de jungle naar Tortuguero zou brengen. Terwijl de brulapen ons welkom heetten vanuit de bomen (wat een lawaai!), begon het te regenen. Tijdens de drie uur durende rit werden we constant vergezeld door apen, koeien en allerlei exotische vogels. Onze Spaanse buurvrouw spotte ook een krokodil.

Tortuguero is enkel bereikbaar per boot of met een klein vliegtuigje. Het kleine dorpje is volledig omgeven door water en jungle, met een grote diversiteit aan wilde dieren, maar de meeste toeristen komen voornamelijk voor de tortugas (schildpadden). Het strand van Tortuguero is namelijk een hotspot voor schildpadden. Meer dan 20 jaar na hun geboorte, na omzwervingen over het hele continent, komen de dieren terug naar hun geboorteplek (niemand weet hoe ze die terugvinden) om eieren te leggen. En toeristen komen toekijken hoe de enorme schildpadden uit het water kruipen, een put graven en meer dan 100 pingpongbalvormige eitjes leggen. Dit alles gebeurt ‘s nachts op het strand, tussen de vuurvliegjes, heel magisch, maar het laat wel een beetje een wrang gevoel na. Hoewel de gidsen erop staan dat er geen foto’s worden genomen en dat er zo min mogelijk geluid wordt mogelijk gemaakt, zijn er toch altijd een paar idioten die de regels aan hun laars lappen en ervoor zorgen dat de schildpadden uit pure stress gewoon weer de zee inkruipen.

Het lokale winkeltje voerde een klopjacht uit naar slechte betalers. Aan de vitrine hangt een lijst waar de perros amarrados (vastgebonden honden) schaamteloos worden tentoongesteld met het bedrag dat ze nog moeten betalen. Eronder staat: ‘Als je naam niet op deze lijst staat, maar je bent je bewust van je schuld, bespaar je de moeite om binnen te komen!’. Zo te zien is Sergio Herman hier ook zijn ingrediënten komen kopen en is hij vergeten te betalen…

IMG_1788

La Fortuna en Monteverde konden ook niet op onze reisroute ontbreken. La Fortuna is misschien wel de grootste toeristische trekpleister van het land. Boven het kleine stadje torent de majestueuze Arenalvulkaan 1670 meter uit. Hij is nog actief en mag dus niet beklommen worden, maar de Cerro Chato, zijn kleine broertje, wel. Met een gemengde groep van Spanjaarden, Britten en Amerikanen begonnen we de lange beklimming in de zon. Het Indisch-Amerikaanse koppel uit Texas was eerder gekleed voor een casual terrasje in de stad, en nadat ze op aanraden van de gids toch al de helft van hun sjaaltjes en hebbedingetjes hadden achtergelaten, begon het hen langzaam duidelijk te worden dat dit niet ‘a walk in the park’ zou zijn. Bij de eerste pauze keek de zwaar hijgende man op zijn horloge en zei: ‘according to my vatch, ve valked only 2,7 miles, is it?’. We hadden enkel nog maar een vrij plat stuk achter de rug en de gids zei dat dit level 1 was. ‘But dis is de hardest part, right?’ ‘No, we go up to level 4!’. De blik op zijn gezicht was onbetaalbaar. Zijn vrouw keek hem verwijtend aan en liep verder.

Na heel wat zwoegen en onderdrukt gegniffel bij elke vloek van de Indiërs kwamen we aan bij de rand van de krater. Het moeilijkste stuk was om nu tussen de lianen naar beneden te klauteren tot aan de rand van het kratermeer, waar we een verdiende lunch- en zwempauze namen. De visjes in het water kwamen gratis en voor niets mijn lekkere dode huidcellen opknabbelen.

En toen begon de miserie. Langs de rand zagen we langzaam wolken de krater binnenglijden. We pakten gauw onze spullen en klommen naar boven, maar een half uurtje later begonnen de dikke regendruppels door het bladerdek te vallen en voor we het wisten, zaten we in een heus onweer met stortregen die onze wandelpaden in riviertjes veranderde. Als verzopen waterkiekens kwamen we enkele uren later in het donker op onze bestemming aan. Doorheen de dag werden onze Indische vrienden minder en minder spraakzaam. Dit avontuur zouden ze niet snel vergeten.

De natuur bood ons de volgende morgen haar excuses aan in de vorm van een zalig bad in een hete (vulkanische) rivier. Een nieuwsgierige coati kwam ook nog even hallo zeggen. Excuses aanvaard, moeder aarde!

Monteverde is te bereiken via een korte overtocht over het prachtige Arenal-meer en een alternatieve massage in een busje door de zandwegen in de bergen. Hier draait alles rond adrenaline en avontuur. ‘s Nachts tarantula’s gaan zoeken met een zaklamp of bungeespringen, je zegt het maar. Ik koos voor een avontuurlijk parcours met 14 ziplines (death rides), een rappel uit een hoge boom en een tarzan jump. Ik deed het vooral in mijn broek voor de tarzan jump, waarbij je aan een touw wordt vastgemaakt en dan van een klein platformpje op 60 meter hoogte de dieperik in springt. Hoewel de Superman-zipline ook niet moest onderdoen: 1 kilometer lang in Supermanpositie recht over een vallei vliegen, met onder jou niets dan lucht.

Voor de rest heeft Monteverde ook heel wat natuurpracht te bieden:

Onze laatste bestemming in Costa Rica was de westkust. Het hoogtepunt aan de Stille Oceaan was voor mij Quepos en het naburige Manuel Antonio national park. Het wemelt er van de wilde dieren en de ongerepte stranden zijn fantastisch. Met een Nederlands koppel en een Zwitserse jongen bezocht ik het park en al gauw merkten we de voordelen van een gids. Door zijn verrekijker zagen we leguanen, toekans, luiaards, wandelende takken, vleermuizen en allerlei apen. Toen we op een verlaten strand terechtkwamen en de enorme blauwe golven op het strand zagen neerbonken, konden we niet anders dan een duik nemen. We gebruikten een lege kokosnoot voor ons balspel en merkten snel op dat de krachtige golven verraderlijk waren. Dankbaar voor de afleiding zagen een paar sneaky wasbeertjes hun kans om onze rugzakken te openen en naar eten te zoeken. Vanaf dan moesten we iemand op wacht zetten. Voor het Nederlandse koppeltje was het hun dag niet, want terwijl ze op een boomstam zaten te lezen, verraste een minitsunami ons allemaal. Toen Jonas en ik happend naar lucht weer bovenkwamen, bleek dat het Nederlandse koppel van hun boomstam was weggeveegd, en hun e-reader was niet meer te reanimeren…

Na een matig succesvolle surfles met Jonas en een avondje stappen in de locale discotheek trok ik de volgende morgen met Katie naar het noorden, waar ik de laatste dagen doorbracht in Montezuma en Santa Teresa. Chillen aan het strand, met een cocktail naar live muziek gaan luisteren op het strand, een beetje rondrijden met de quad. Veel meer is er ook niet te doen, maar het was een perfecte afsluiter voor een magische 2 weken. Costa Rica had al mijn verwachtingen ingelost en nog een stuk extra ook. Een dikke 100 km verder wachtte de grens met Nicaragua, een heel andere wereld…

IMG_2059

 

0 Comments
Share Post
No Comments

Post a Comment