Una noche loca, ay besar tu boca!

jul 03 2016

Una noche loca, ay besar tu boca!

Het laatste streepje licht verdween achter de horizon toen de zwaarbewapende bewaker met een strenge blik door het raampje van mijn taxi keek en vroeg of ik gereserveerd had. ‘Ik heb gebeld en ze hadden nog plaats’, zei ik. Hij zag mijn half versleten rugzak en mijn vermoeide hoopvolle blik en besloot me het voordeel van de twijfel te geven. De slagboom ging omhoog en we reden de lange steile zandweg op naar boven. De chauffeur had toegestemd om me aan de deur af te zetten, als ik extra zou betalen voor het ruwe laatste stuk. Nu begreep ik waarom. Ik betaalde hem, hijste voor de zoveelste keer de 20 kilo op mijn rug en liep naar binnen. Nog voor ik kon vragen waar de receptie was, werd ik bestormd en geknuffeld door een dronken en bezwete halfnaakte Australiër.”Hey mate, welcome! You must be exhausted!” Met mijn rugzak nog op mijn rug kreeg ik een blikje ijskoude Toña in mijn handen geduwd. De bar bleek ook als receptie dienst te doen, en registreren, dat kon wachten. ‘Just settle down and have a beer, mate. We’ll worry about the rest later…’. Welkom in San Juan del Sur, Nicaragua!

Die ochtend was ik verschrikkelijk vroeg opgestaan in Santa Teresa, Costa Rica om de moeizame tocht aan te vangen. De dag begon goed met een vlotte busrit naar het haventje van Cabo Blanco, vanwaar de ferry me in de ochtendzon terug naar Puntarenas voerde. Aan boord begon ik een gesprek met twee lokale schilders die me een blikje bier aanboden. (8u30, ergens zou het wel beer o’clock zijn…) Over de traditionele luide dreunen van de reggaeton heen (elke plek in Midden-Amerika, of het nu een winkel, een restaurant of een vervoersmiddel is, heeft op elk moment van de dag muziek nodig, liefst reggaeton, en liefst oorverdovend luid) gaven ze me insider tips voor Nicaragua. Stromae passeerde ook even de revue – ik had geen idee dat hij ook al Latijns-Amerika had veroverd. César de schilder gaf mij zijn nummer voor het geval dat ik in Puntarenas zou stranden, wat niet ondenkbaar was, want heel het openbare leven, inclusief het openbaar vervoer, is ginder afgestemd op de cyclus van de zon. Bussen rijden van heel vroeg ‘s morgens tot de late namiddag, als ze überhaupt rijden tenminste… Ik had geluk en vond een bus, en met de melodieën van onze landgenoot in mijn hoofd reisde ik verder. ‘Alors on sort pour oublier tous les problèmes. Alors on danse…’

IMG_2070

Een paar zweterige busritten later werd ik gedropt aan de dodgy grensovergang naar Nicaragua. Tussen de clandestiene geldwisselaars door werd ik ook aangeklampt door een vrij officieel uitziende vrouw die me een formulier voor de douane kwam geven – correctie – verkopen. Ze had zelfs nog het lef om een fooi te vragen. Ik werd van links naar rechts gestuurd totdat ik ergens bij een kampeertafel onder een partytent van een andere officier (ik had de indruk dat iedereen hier wel een officiële badge of petje had) een klein afgescheurd stukje papier kreeg met een stempel op, geen idee waarvoor het moest dienen. Ik sprak wat locals aan die me eindelijk de juiste richting uit stuurden (een soort Ikea-bureau bleek de echte immigration te zijn). Nadat ik me door een menigte taxichauffeurs had gewurmd, die me verzekerden dat er geen bus was naar San Juan, stapte ik een beetje verder op de chicken bus naar San Juan, waar ze me alsnog teveel aanrekenden. Ze dropten me aan een kruispunt waar ik tevergeefs op de volgende bus wachtte en uiteindelijk dan maar met een paar locals in een geïmproviseerde taxi stapte. De arme locals vroegen een eerlijke (lage) prijs in tegenstelling tot de ‘officiële’ buschauffeur die me bedrogen had.

San Juan del Sur is de feeststad van Nicaragua. Alles draait er om de surfstranden, restaurantjes en winkeltjes, maar meest van al is het stadje bekend of berucht door Sunday Funday. Elke zondag gaan er alle remmen los tijdens wat ze een poolcrawl noemen: honderden feestgangers schuimen het ene na het andere zwembad af, uiteraard vergezeld van een streepje muziek en een glaasje links en rechts. Ook mijn hostel – the Naked Tiger – was met zijn luxueuze zwembad in de heuvels met uitzicht over het stadje en de baai een van de meest geliefde tussenstops voor de partycrew. De avond voordien, toen ik was aangekomen, was er al stevig gefeest, dus toen ik op zondag laat opstond, was het personeel van de hostel zich al volop aan het klaarmaken. Tussen de voorbereidingen door was er wel tijd voor shotguns en bodyshots, zodat iedereen tegen de middag al goed ingedronken was. Toen het Zwitserse barmeisje na een tijdje enkel nog strategisch geplaatste tijdelijke tattoos droeg boven de gordel, kwam de bazin subtiel vragen dat iedereen misschien op zijn minst toch een paar kledingstukken aantrok. Het feest begon goed in een beach bar in het stadje, maar toen ik later in onze hostel het feestgedruis even achter wou laten en 5 minuten wou gaan liggen, ging het mis. Om middernacht werd ik weer wakker (oeps) in een lege hostel. Leeg op het koppeltje na dat zo te horen op de bovenverdieping aanwezig was…

Na het feestgedruis van het weekend wilde ik het even wat rustiger aan doen. Samen met een aantal Oostenrijkers, een Duitser en een Zwitserse vonden we een eenvoudig hotelletje op het kalme strand van Maderas. Spartaanse bedden, een koude douche en wat hangmatten, meer was het niet, maar het was perfect! We werkten aan onze surfskills op het strand van Marsella, improviseerden een maaltijd met ingrediënten die we bij de buren kochten voor een appel en een ei, en gingen voor het slapengaan nog even een duik nemen in de donkere golven. Met het licht van de maan en het geruis van de grote golven was de plek op zich al idyllisch genoeg, maar het water bleek ook extreem veel lichtgevend plankton te bevatten. Bij elke beweging die we maakten in het zwarte water ontstond een felle wolk van honderden kleine lichtjes rond ons lichaam. We kregen maar niet genoeg van dit magisch fenomeen.

De Zwitserse Michèle en ik bleven nog een dagje langer en werden op het strand uitgenodigd voor een barbecue bij onze buren, een groepje reizigers uit de hele wereld die samen een huis huurden aan het strand. Met wat muziek op de achtergrond en een biertje in de hand speelden we wat kaartspelletjes terwijl de koks in de keuken stonden. Iedereen genoot ontspannen van het moment tot plots een luid alarm weerklonk, iets dat deed denken aan de sirenes van de wereldoorlogen. Het bleek om een tsunami alert te gaan omdat er in Chili een aardbeving was geweest. We zagen al snel buren vertrekken en na een tweede sirene besloten we om toch ook maar veiligere oorden op te zoeken. We pakten de hoogstnoodzakelijke spullen mee – bier en een gitaar – en liepen naar de enige auto die er was. We propten en puzzelden creatief tot we uiteindelijk met 15 vertrokken in een voertuig bedoeld voor 5 passagiers. Terwijl de auto moeizaam de heuvelflank beklom, reden we voorbij een local die te voet de bergen opzocht en snel zijn meest waardevolle bezitting had meegegraaid: zijn TV. We laadden de man en zijn TV er nog bovenop en na een gezellige rit bereikten we het knappe huis van een vriend van de chauffeur. De tsunami kwam uiteindelijk nooit tot in Nicaragua, maar de drank vloeide stevig en de gitaar werd stevig bewerkt tot er nog maar 4 snaren overbleven. De tsunami party was alvast geslaagd!

IMG_2116

Ik reisde alleen verder op de chicken bus en ik ontdekte eindelijk waarom de busjes die naam krijgen: tegenover mij zat een man met een drietal levende kippen aan zijn voeten. Op de ferry naar het vulkanisch eiland Ometepe ontmoette ik Niki en Lilly uit Duitsland, waarmee ik de rest van mijn tijd in Nicaragua zou doorbrengen. We huurden mountainbikes om naar de andere kant van het eiland te fietsen en in de jungle een waterval te gaan zoeken, maar voor we halverwege waren, moesten we al 1 ketting terug ophangen en draaiden mijn versnellingen volledig in de soep. Na wat rondvragen vonden we een fietsenmaker die er nieuwe onderdelen op zette en een half uurtje werk voor de democratische prijs van 3 euro. Een local waarschuwde ons voor struikrovers met machetes in de buurt van het Nationaal Park en in een flits kwam het verhaal van een vriendin terug die ergens in Nicaragua – vermoedelijk hier – was bedreigd met een machete. Met een bang hartje reden we het park binnen, maar zonder incidenten geraakten we tot bij de waterval. Op de terugweg begaf de derde fiets het ook nog waardoor we noodgedwongen de laatste kilometers in de schemering moesten terugstappen. We hadden een hartig woordje met de fietsverhuurders, die beweerden dat de mountainbikes in perfecte staat aan ons waren gegeven en dat wij nu voor de kosten moesten opdraaien.

We pikten de Duitser Marius op en met vier reisden we verder naar het mooie koloniale Granada, waar we genoten van lekker eten en de kleurige architectuur. We schrokken even toen ‘s avonds een groepje kinderen de geldbuidel van Lilly kon ontfutselen. Marius spurtte er achteraan, maar de kinderen verdwenen pijlsnel in verschillende richtingen en waren niet te volgen. Het ging gelukkig over niet al te veel geld.

In León verbleven we in de hostel van het Belgische ViaVia-café, waar ik gezellig even babbelde met de Antwerpse uitbater en ik mijn Duitse vrienden leerde kennismaken met echte Belgische frieten. De grote attractie van León is volcano boarding. Het principe is simpel: je beklimt een vulkaan en op een soort houten slee glij je weer naar beneden. Het glijden is leuk, maar je moet er wel 45 minuten voor klimmen. Oh, en reken op vulkanische steentjes over heel je lichaam, ja, ook in je mond!

Nicaragua afsluiten deden we in de Surfing Turtle Lodge, een stukje paradijs in de buurt van Poneloya. De afgelegen hostel heeft een uitgestrekt eigen strand en houdt zich bezig met het zoeken en kopen van schildpadeitjes om ze in bescherming te laten openkomen en dan de kleine schildpadjes naar het water te begeleiden. Dit is helaas nodig omdat de lokale bevolking de eitjes als een delicatesse ziet en zich niet zozeer bekommert om de bedreigde status van verschillende schildpadsoorten. Daarnaast is het ook gewoon een heerlijke plek om tot rust te komen, te surfen, beach volleybal te spelen of ‘s avonds een feestje te bouwen. Om er te geraken moet je vanuit Poneloya eerst in een klein wiebelend bootje het water oversteken, en dan komt de oude werkman van de hostel je halen met een paard en een houten kar. De man was geen grote prater en keek eerder nors, maar toen het plankje van zijn houten kar kraakte en uiteindelijk in twee brak onder het gewicht van Lilly en Niki, kon hij toch ook niet anders dan mee te grinniken.

Nicaragua was een pracht van een ontdekking. Ruwer dan het gepolijste Costa Rica, dat met zijn infrastructuur voor toeristen stilaan evolueert naar het Thailand van Midden-Amerika. In Nicaragua geldt: what you see is what you get. Maar wat je krijgt, is verdomd meer dan de moeite waard!

0 Comments
Share Post
No Comments

Post a Comment