De weg naar Santiago de Compostela

jan 17 2018

De weg naar Santiago de Compostela

In mijn droom hoorde ik plots luide klassieke muziek. Terwijl ik krampachtig de muziek probeerde te plaatsen in mijn droomwereld, sprong het peertje zo’n halve meter boven mijn hoofd aan en ijzig koud licht vulde de kamer en wrikte mijn oogleden open. “Buenos días!” riep de man van de albergue vanuit het deurgat. Ik greep op de tast naar mijn gsm en ik controleerde het uur: 7u ‘s morgens. De meeste kamergenoten waren al op de been. Het geluid van ritsen en plastic zakjes maakte het voorgoed onmogelijk om nog eens om te draaien en te doen alsof ik nog niet wakker was. Wandelkleren aan, spullen samenrapen en snel 2 droge koekjes naar binnen. Ik liet nog snel een vrije gift achter in het mandje, haalde mijn wandelschoenen uit het rek en trok om 7u30 de deur achter me dicht. Een vroege start op de verlaten straten van Irun, maar de weg naar San Sebastián was dan ook nog heel erg lang.

Het was begonnen als een impulsief idee. Een wandelvakantie leek de ideale voorbereiding op de Dodentocht in augustus en de Camino de Santiago lonkte al een hele tijd. Op 13 juni 2016 vloog ik naar Biarritz en een korte busrit en wandeling later stond ik in Irun, het eerste Spaanse stadje voorbij de grens. Van hieruit loopt de Camino del norte langs de Golf van Biskaje tot in Santiago de Compostela, via San Sebastián, Bilbao, Santander en Gijón. Het is een minder druk alternatief voor de platgelopen Camino francés, die wat zuidelijker loopt en het gros van de pelgrims over zich heen krijgt. Aangekomen in Irun dropte ik mijn bagage in de spartaanse pelgrimsherberg en ik ging op ontdekking in het stadje. Ik vond een café-eigenaar die sympathiek genoeg was om de wedstrijd België-Italië van het EK op te zetten, maar we moesten al gauw een eerste doelpunt incasseren. Bovendien moest ik voor 22u weer naar de albergue, waardoor ik het einde van de wedstrijd miste.

Onderweg naar San Sebastián bedacht ik dat ik als hobby-pelgrim misschien toch maar niet thuishoorde in de albergues. Ze zijn heel goedkoop (meestal op basis van een vrije gift), maar de avondklok en ongevraagde wekker zinden me niet zo, dus ik besloot om die avond maar een gewone jeugdherberg op te zoeken. Ik ontdekte de pittoreske straatjes van het oude Baskische stadje Hondarribia terwijl de bewoners langzaam ontwaakten. Daarna ging het verder over de bergkam met adembenemende uitzichten op de zee aan de ene kant en het groene hinterland aan de andere kant. Urenlang deelde ik deze pracht enkel met wat kuddes schapen en paarden en een occasionele wandelaar of mountainbiker. Ik speelde de weg even kwijt, maar via een steil rotspad kwam ik uiteindelijk aan in de zonnige baai van Pasaia, waar ik uitgebreid genoot van een frisse pint en heerlijke tapas met uitzicht op het water. De overzet bracht me naar de overkant, vanwaar ik de tocht verderzette naar de bekende surfstranden van San Sebastián. Ik doorkruiste de hele stad om tot bij de jeugdherberg te geraken en daar te horen dat er geen bedden meer vrij waren. Vloekend hijste ik mijn rugzak weer op mijn rug en liep ik nog enkele kilometers door de stad om me uiteindelijk in een hotelkamer neer te ploffen. Toch al een paar dingen geleerd op die eerste dag: 40 kilometer is veel te veel voor 1 dag, en een dag op voorhand accommodatie boeken is geen overbodige luxe.

 

De volgende dag kwam ik Miye tegen, een Koreaans meisje dat net als ik de Camino del norte volgde. Ze mankte wat en ik vroeg of ze hulp kon gebruiken. We zouden uiteindelijk een paar dagen samen verderstappen tot aan het klooster van Markina-Xemein, waar we in stapelbedden werden ondergebracht. Onderweg passeerden we het populaire surfoord Zarautz en het vissersdorpje Getaria waar Juan Sebastián Elkano werd geboren, en maakten we een omweg langs de GR-route tussen Zumaia en Deba, een onwaarschijnlijk mooi stukje wandelparadijs op de Baskische kliffen. In Deba verbleven we in het oude treinstation, dat voor de pelgrims was omgetoverd in een slaapzaal.

Na een heerlijk avondmaal in Markina-Xemein en een verkwikkende nacht in het klooster was ik weer helemaal klaar om er alleen tegenaan te gaan. Ik had een lange route op het programma en koos er dus voor om aan mijn eigen tempo te stappen. Iets na de middag kwam ik aan in het beruchte stadje Guernica, dat in 1937 door de Duitsers gebombardeerd werd, wat vervolgens door Picasso op een doek vereeuwigd werd. Vanuit het dal klom ik weer omhoog om in de bergen in een rustige boerderij te gaan slapen. Samen met een aantal andere pelgrims kookten we een heerlijke maaltijd en genoten we van de laatste zonnestralen van de dag.

De laatste etappe van mijn reis genoot ik van het aangename gezelschap van de Australische Miki. Af en toe werden we vergezeld door Kevin (Frankrijk) en Steph en Mary (USA). Hoogtepunten van dit stuk waren de culturele troeven van Bilbao, waaronder het Guggenheim-museum en de overheerlijk cuisine, het zonovergoten strand van Pobeña en de fantastische wandeling naar de vuurtoren “Faro del caballo” in Santoña. Via steile stenen trapjes kom je tot bij de vuurtoren, waar je met een touw in het heerlijk verfrissende azuurblauwe water kan slingeren. In een kleine cafetaria in Noja wrong de eigenaar zich in bochten om via het internet de wedstrijd België-Zweden uit te zenden, en de locals keken lichtelijk geamuseerd op toen na een veel te lange spanningsopbouw eindelijk het verlossende Belgische doelpunt kwam en ik extatisch begon te juichen, gesteund door mijn Australisch-Amerikaanse achterban. In Santander splitsten onze wegen, want voor mij kwam er al veel te snel een einde aan deze tocht. Maandag moest ik namelijk weer aan mijn bureau zitten, dus de rest van de route zal voor een volgende keer zijn.

300 kilometer op 10 dagen. Het werd een zware fysieke en mentale uitdaging. Na een paar dagen voel je elk spiertje in je lijf en besef je waarom je maar beter degelijke kledij en materiaal voorziet. Maar je wordt er ook steeds weer aan herinnerd hoe zalig en eenvoudig een samenhorigheidsgevoel kan zijn. Onderweg voel je een verbondenheid met je medewandelaars, ook al zijn ze complete onbekenden, en op een paar dagen voelt het alsof je de anderen door en door hebt leren kennen. Je reist traag, je neemt je tijd om al het moois van de natuur in je op te nemen en je krijgt respect voor elke meter van elke berg die je bestijgt. Het gevoel van een warme douche en een simpele maaltijd met een glaasje wijn of bier na een zware natte dag in de bergen is onbeschrijfelijk. De mensen die langs de camino wonen, bezien het als een deel van hun cultuur. Ze moedigen je aan met een “buen camino” of een eenvoudig Baskisch “agur”, ze stellen tafels op voor hun huizen met gratis water of eten, ze geven je korting in winkels en restaurants, in de herbergen wordt altijd plaats voorzien voor de pelgrims voor een appel en een ei. Tegenwoordig komen de pelgrims lang niet allemaal met een religieuze missie. Iedereen heeft zo zijn persoonlijke reden om eraan te beginnen. Maar tot één conclusie komt iedereen: het leven kan eenvoudig en mooi zijn!

0 Comments
Share Post
No Comments

Post a Comment