Op bezoek bij de Maya’s

feb 22 2018

Op bezoek bij de Maya’s

Midden-Amerika is niet zo heel erg groot en in theorie zou je gemakkelijk van punt A naar punt B moeten kunnen reizen, maar in de praktijk is het meestal lang niet zo eenvoudig. Sommige wegen liggen er zo belabberd bij dat je ze beter vermijdt, maar die ontdekking moest ik nog doen. Grensovergangen tussen de verschillende landen zijn ook beperkt, dus het parcours van de meeste reizigers verloopt heel grillig.

Om 3u ‘s nachts vertrok mijn minibusje naar El Salvador vanuit León, Nicaragua. Ik had de tijd gedood met wat nieuwe vrienden in een discotheek en bijna hadden ze me overtuigd om mee terug naar het Surfing Turtle resort te gaan en nog een weekje te blijven. Maar ik maakte van mijn hart een steen en stapte het minibusje op. Onderweg werd ik 2 keer wakkergemaakt voor een grensovergang, omdat we Honduras doorkruisten. Dit was het stuk van mijn reis waar ik het meest benieuwd voor was. Centraal-Amerika is in het algemeen berucht voor zijn gewelddadige overvallen en drugsbendes, maar El Salvador en Honduras spannen in de regio dan toch wel de kroon. Vele toeristen laten het dan ook weg uit hun reisschema of bezoeken enkel de meest toeristische bestemmingen. Toen we El Salvador binnenreden, stopten we bij een tankstation dat streng bewaakt werd door een krachtpatser met een automatisch wapen. De rest van de rit verliep zonder problemen, maar aan elke bank en aan elk tankstation zag ik gewapende mannetjes staan. Bij de aankomst in El Tunco viel het verschil meteen op. Het surfstadje zet duidelijk in op toeristen en de rauwe werkelijkheid van de rest van het land is er niet te zien.

Vol goede moed sprong ik met de surfplank van mijn hostel het water in en waagde ik me tussen de andere planken. 10 blauwe plekken en 4 liter zeewater later gaf ik het surfen definitief op en ging ik mezelf troosten met verse pupusa’s, het nationale gerecht van El Salvador. Ik werd vergezeld door een Nederlandse diplomaat die net als ik niet opgewassen was tegen de hevige golven.

Het surfen werd niks, en de andere bezienswaardigheden van het land waren te ver, te duur of gesloten, dus ik trok al gauw verder naar de toeristische hub van Guatemala: Antigua. Denk koloniale architectuur en pittoreske kasseiweggetjes in een vallei langs alle kanten omgeven door bergen. Ook in deze regio worden toeristenbusjes soms aangevallen door bendes, dus we kregen een persoonlijke politie-escorte tijdens de 2 uur durende rit van de grens naar Antigua.

Antigua trekt veel toeristen omdat het een gezellig stadje is, maar ook omdat er erg veel te doen is in de ruime omgeving. Het wordt omringd door een reeks indrukwekkende vulkanen en ook het Meer van Atitlán is een publiekstrekker. Het stadje is bovendien trots dat ze een van de mooiste McDonald’s-restaurants ter wereld hebben.

 

Toen ik de heuvelflank opliep voor een uitzicht over de stad begonnen dikke zwarte wolken zich te verzamelen boven de vallei en voor ik het goed en wel besefte, kwam ik in een tropische stortbui terecht. De straten die ik naar boven had gevolgd, waren veranderd in gutsende rivieren en de bliksemflitsen lichtten af en toe de hele stad op. Zelfs achterop op de brommer moest ik mijn benen optrekken om geen natte voeten te krijgen.

Vanuit Antigua vertrok ik op een van de zwaarste staptochten die ik ooit gedaan heb, maar de beloning was dan ook onbetaalbaar. De beklimming van de Acatenango-vulkaan begint op 2400m hoogte in het dorpje La Soledad. Ongeveer 5 uur lang gaat het dan omhoog, eerst tussen de maïsvelden door, later steil door het regenwoud. Op 3600 meter hoogte bereikten we de kampeerplaats waar we de nacht zouden doorbrengen. Ik had al wel eens last gehad van hoogteziekte op de Etna in Sicilië en in het Andesgebergte in Peru, maar zo erg als nu had ik het nog nooit gehad. Ik ging mee hout sprokkelen voor het kampvuur, uit principe, maar eigenlijk had ik geen greintje energie meer over in mijn lichaam. Ik kreeg ook geen hap eten binnen, ik voelde me helemaal duizelen en ik had gonzende hoofdpijn. Jammer, want het spektakel dat we voorgeschoteld kregen, was onbeschrijfelijk. Op enkele honderden meters afstand zagen we de top van de Fuego-vulkaan, die elke nacht actief lava spuwt. Het beeld van de knalrode lava die tientallen meters in de lucht wordt gestuwd met een luide knal en dan van de bergflank rolt, is absoluut fenomenaal, zeker wanneer de duisternis valt. Maar om 19u gaf mijn lichaam het op en moest ik noodgedwongen de tent in kruipen.

De volgende morgen had mijn lichaam zich gelukkig aangepast aan de ijle lucht en had ik energie genoeg om de resterende beklimming te doen over het losse vulkanische zand tot de bergtop op 3976 meter. Van hieruit zagen we de zon opkomen over de Caraïbische zee, Honduras en Guatemala City. Aan de andere kant zagen we de kust van de Stille Oceaan achter het Meer van Atitlán. Een onvergetelijk moment.

Om uit te rusten trok ik enkele dagen naar het Meer van Atitlán, de ideale plek om wat te zwemmen, mij te laten masseren en rond te lopen in de vreemde Israëlische dorpjes. Hele stukken van de ondergelopen krater lijken wel gekoloniseerd te zijn door Israël, en je hoort er voortdurend Hebreeuws in de straten.

Na een blitzbezoek aan de prachtige Maya-ruïnes van Copán in Honduras, in het gezelschap van een hele kolonie bontgekleurde papegaaien, trok ik verder naar het eiland Utila in de Caraïbische Zee, om mijn Advanced Open Water duikcursus te gaan volgen. Een kleine week genoot ik van de Caraïbische sfeer en de duiklessen, met als hoogtepunt de nachtduik. Iets na zonsondergang gingen we onder water. ‘s Nachts zijn er nog meer waterdieren actief dan overdag, dus de nachtduik is op zich al een belevenis, maar toen we onze zaklampen uitdoofden, zagen we pas hoeveel lichtgevend plankton er aanwezig was. Elke duiker zweefde tussen duizenden kleine lichtjes, alsof we in de ruimte zaten. Een ongelooflijke ervaring. Enkel de waterslang die achter mij op het wateroppervlak kronkelde, verpestte even de sfeer. Ik ben nog nooit zo snel weer aan boord geweest.

Van hieruit dacht ik een handige binnenweg te nemen naar de natuurpracht van Semuc Champey in Guatemala, maar dat was iets te ambitieus. In het busstation van San Pedro Sula ontdekte ik dat er die middag geen bussen meer vertrokken in de richting die ik uitwilde, dus zat er niks anders op dan te overnachten in de gevaarlijkste stad ter wereld. (San Pedro Sula telt het hoogst aantal moorden van eender welke stad die niet in oorlogsgebied ligt) Ik overnachtte in een hostel die er eerder als een verstevigd fort uitzag en bleef veiligheidshalve maar binnen die avond. De volgende twee dagen waren een aaneenschakeling van helse ritten in minibusjes op iets wat je bezwaarlijk een weg kan noemen. De oude minibusjes waren in principe voorzien voor 7 passagiers, met een 8ste op een klapstoeltje. Op een bepaald moment telde ik 23 mensen in (en op) het busje. Net toen ik dacht dat het niet veel erger kon worden, vond het baby’tje achter mij het een geweldig idee om met haar handje het half gekauwde voedsel uit haar mond te halen en de ongedefinieerde brij keurig tussen mijn T-shirt en mijn rug te laten glijden. De ouders lachten geamuseerd.

In Semuc Champey sloot ik weer aan op het toeristentraject. Vele backpackers houden hier halt om te gaan wandelen in en rond de Cahabon-rivier en zijn watervallen. Je kan er ook allerlei avontuurlijke activiteiten gaan doen. Met een internationaal groepje maakten we een wandeling door een grottensysteem met een ondergrondse rivier waar we soms doorheen moesten zwemmen, met kaarsen in de hand. Daarna sprongen we van een 9 meter-hoge waterval en konden we een stukje tuben tot aan een brug, waar we ook weer van 9 meter naar beneden sprongen.

Nog iets noordelijker op de toeristenroute ligt het pittoreske stadje Flores op een eiland in een meer. Het is de uitvalsbasis voor een bezoek aan de magische Mayatempels van Tikal. In tegenstelling tot vele andere archeologische sites zijn in Tikal slechts een paar tempels volledig uitgegraven. Wanneer je een van de tempels beklimt, kijk je over de boomtoppen heen en zie je hier en daar nog een bouwwerk boven het bladerdek uitstijgen. Maar tientallen andere tempels zitten nog verborgen in het dichte oerwoud, met wie weet hoeveel historische schatten. Ik waande me even in een stripalbum van Kuifje. Bovendien krioelt het er van de toekans, papegaaien, coati’s en andere diertjes. Onze gids toonde ons hoe je een tarantula uit zijn schuilplaats kan lokken.

Na 2 maanden in het Spaanstalige deel van Midden-Amerika stond er nog 1 buitenbeentje op het programma: Belize. Ik kende het land vooral van er al verschillende keren per ongeluk op geklikt te hebben wanneer je België moet selecteren in een lijst met landen. Verder wist ik er niet zo veel over. Het idee was om een korte tussenstop te maken op het Caraïbische eiland Caye Caulker en er te gaan duiken in het bekende Blue Hole, alvorens ik verder naar Mexico zou trekken. Het eerste beeld dat ik van Belize kreeg was de hilarische man die mijn paspoort moest bestempelen.

Beeld je hierbij een Engels accent in dat heel erg lijkt op het Jamaicaans en het plaatje is compleet. Aangekomen op Caye Caulker bleek het niet zo’n mooi weer te zijn. Drie dagen lang schommelde het weer tussen zwaar bewolkt en winderig en regelrechte tropische storm. Op een gegeven moment ben ik zelfs wakker geworden omdat mijn bed schudde door het geluid van de donder. Tevergeefs wachtte ik op nieuws van de duikclubs, maar elke dag kwam het nieuws dat er niet gevaren werd. Er zat dus niets anders op dan kaarten, krokodillen gaan voederen, heerlijke gegrilde kreeft eten en dansen op de reggae-muziek die dagenlang door de speakers knalde. Girl, I’m gonna make you sweat, sweat till you can’t sweat no more…

De Blue Hole was voor een andere keer, maar de duikspots die in Mexico op mij wachtten, zouden dat ruimschoots goedmaken.

0 Comments
Share Post
No Comments

Post a Comment